Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. WIE ZIJN WIJ ?.

Er staat ergens op een verborgen plekje in den Bijbel van Adam dat wondervolle woord : de zoon van God. Dat is eigenlijk tegelijk het antwoord op de vraag, die wij hierboven stelden. Wie zijn wij ? Gods-zonen, kinderen Gods, geboren uit het Eeuwig Licht.

Men kan over het wezen van den mensch eigenlijk, maar twee gedachten hebben: de mensch is door de werking der natuurkrachten, die als het ware tot ontwikkeling stuwen, langzaam ontstaan uit de lagere wezens, die zijn komst hebben voorbereid, of wel: de mensch is in diepste wezen „de zoon van God". Dat laatste wil nu ook weer niet zeggen, dat de mensch op eenmaal uit de lucht gevallen is, maar dat de mensch, al is bij naar zijn lichamelijke zijde den dieren verwant,- en al is en blijft hij stof, toch iets onverklaarbaar goddelijks in zich draagt, dat op geen enkele andere wijze verklaard kan worden. Een vonkje van goddelijkheid draagt hij als een geheimzinnigen levensschat in zich mee, dat is hem tot richtsnoer in zijn levensgebeurtenissen, dat doet hem ook zoo geweldig hoog boven de dierlijke wereld uitrijzen.

De keuze tusschen die twee wereldbeschouwingen kan onmogelijk door het verstand gemaakt worden. Het verstand kan wel ontzaglijk veel argumenten ophoopen voor een van de beide beschouwingen. Het verstand kan duidelijk en onomstootelijk aantoonen, dat de mensch tóch stof is, of er omgekeerd den nadruk op leggen, dat er in den mensch een kracht werkt, die hoog boven het stoffelijke uitgaat, maar de keuze zelf moet tenslot-

Sluiten