Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven. Hij is altijd bewust of onbewust bezig zichzelf te dienen en te zoeken, en de krachten, die hem werkelijk naar God drijven, zijn zeer zwak en zeldzaam in hem. Daar komt dan nog bij, dat hij gevoelt, dat God als het ware tegenover hem staat, dat God naar rechtvaardig oordeel hem verwerpt, straft en bedreigt. Hij voelt zich als een gebannene Gods, een verworpene, die overal de straf te duchten heeft, en die eenmaal in den dood zal worden neergesmakt. De verhouding tusschen hem en God is niet harmonisch; de gerechtigheid is wel een ideaal, wel een levensbehoefte, maar werkelijkheid is ze niet. Alle volken hebben met hun offers en pijnigingen dat alles ten duidelijkste bewezen,

En vraagt men ten slotte hoe het staat met de heiligheid, dan moet ook daar hetzelfde oordeel geveld worden. Het mag al waar wezen, dat een mensch innerlijk altijd iets blijft gevoelen van de majesteit van het goede, dat neemt toch niet weg, dat zijn leven zelf vaak onbegrijpelijk veel zonde bergt. Merkwaardig is vaak het menschelijk egoisme, zijn hardvochtigheid, als hij tegenover een ander staat. De een munt uit in leugenachtigheid, de ander neemt het niet al te nauw op het gebied van zedelijkheid, en een derde is een wereld van bitterheid tegenover zijn medemenschen. Wanneer ge wat dieper met de wereld hebt kennis gemaakt en vooral, wanneer ge hebt leeren onderscheiden tusschen schijn en wezen, zult ge veelal tot niet verheffende resultaten komen. Het is met de menschelijke heiligheid niet zoo buitengewoon goed gesteld. Het menschelijk hart draagt heel wat hartstochten, die hij niet gaarne aan

Sluiten