Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leen ander zou blootleggen, en waarvan hij zelf heel goed gevoelt, dat ze geheel niet in orde zijn.

Ook daar treft ons de groote afstand van het I ideaal, en dat treft te meer, naarmate wij het [ideaal hooger stellen. Het is immers niet genoeg, [dat wij uiterlijk een beetje den schijn van deugd I bewaren; ook innerlijk, ook in onze gedachten en begeerten moet de zedelijke orde regeeren. En juist daar is vaak de stuwende kracht van fjhet kwade zoo onweerstaanbaar sterk.

Staande tegenover zijn levensbestemming moet |de mensch in drievoudigen zin het groote banIkroet van zijn leven erkennen. Hij beantwoordt er niet aan en kan er ook niet aan beantwoorden. Er is ook geen hoop, dat hij het in den loop der jaren nog leeren zal, want de ervaring wijst uit, dat de voortgang, dien wij maken, slechts minimaal mag geacht "worden. Evenmin is er grond om te verwachten, dat de kinderen het er beter af zullen brengen, veel meer is er vrees, dat elk volgend geslacht voor zwaarderen strijd en grootere nederlaag te staan zal komen. En eindelijk mag hij er ook niet op rekenen dat hij na zijn dood in andere levens nog eens dien lanjgen weg, die hem scheidt van het ideaal, zal jkunnen afleggen. Wij leven van het ideaal af, wij komen niet nader. Ons leven moet in hoogeren zin als mislukt gevoeld worden. Het mag nog zoo uitblinken, nog zoo prachtig lijken, elke diepere beoordeeling leidt tot de erkenning, dat het zijn wezenlijke waarde niet gevonden heeft. Vandaar, dat aanhoudend èn ernstig door heel de wereldgeschiedenis opklinkt de kreet om verlossing, om levensbevrijding.

Sluiten