Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt nooit een verbroken hart. Er is veel voornemen van besnijden, en men wil er alles voor doen, doch trekt telkens weder terug, en het hart wordt niet besneden.

Zoo is het dan niet hetzelfde bij het bedenken van onze zonde en vervloeking, hoe dit plaats heeft, wat de oorzaak der droefheid is, en hoe de ziel daaronder gesteld is. Immers kan een ieder, die uit bijredenen en bijoogmerken zich tot de ware waarheid houdt, om een aardsch ledig aan te vullen, wel treurig zijn, als hij ziet, dat hij in geen ding zijn oogmerk krijgt. Zoo kan de droefheid ook ontstaan uit het gestel, uit maag en zenuwen, uit een donker voorgevoel, uit vrees voor straf en voor de hel. Bovendien kan iemand het gemakkelijk op een treuren zetten, omdat hij bij de ware godzaligen menigmaal zulk eene diepe droefheid, algeheele verslagenheid en verbrijzeling waarneemt; dan zoekt zoo een die in alles na te bootsen, in de meening, dat hij het zóó verkrijgen zal, wat hij denkt dat goed is in de oogen van God. Er zijn er, die bedroefd zijn en groot misbaar maken, omdat hunne zonde en hun schandelijk doen, dat zij lang met den mantel van vroomheid en heiligheid bedekt hebben, voor de menschen openbaar is geworden, terwijl weder anderen zich treurende aanstellen, omdat zij bang zijn, dat hunne verborgene dingen openbaar zullen worden; zij hebben eene groote misdaad begaan en willen die daarmede bedekken, dat zij over de grootheid van hunne zonden spreken en zich dafarover treurig aanstellen. Zoo zijn er ook, die zich willens en wetens in het verderf hebben gestort, en nu geen middel of uitkomst meer zien, om zich te herstellen. Ziedaar allerlei droefheid naar de wereld, welke daaruit ontstaat, dat men het bij en in de wereld niet vinden kan, en het nochtans bij de wereld zoekt; en zulk eene droefheid wil men voor droefheid naar God laten doorgaan. Er wordt dan veel van zonden gesproken, men bedient zich zelfs van de sterkste uitdrukkingen over zijne vloekwaardigheid, en het is alleen, omdat het geweten in den weg is, dat men de wereld niet meer zoo ongestoord, en zonder zich om men-

Sluiten