Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of den geringsten lust verloochend te hebben. Het „ik" houdt men vast met alles, wat aan dit „ik" kleeft. Men gelooft aan den hemel, om op aarde zijn paradijs te houden. Voor den hemel en op het stuk van de zaligheid der ziel kan men daarom alles en wel zeer spoedig gelooven, op het stuk van het aardsche niets. Er wordt niet alles verkocht, om „de parel van groote waarde" te bezitten, niet alles er aan gegeven, om dien akker in eigendom te hebben, waarin de schat verborgen ligt. Het schijngeloof heeft door veel hooren en overdenken van de dingen des hemels zich gewend, het daarvoor te houden, dat het die dingen nu ook voor zichzelven heeft, en is evenals iemand, die dagelijks met veel geld omgaat, waarvan hem niets toekomt. , Als in eenen lusthof verlustigt het zich daarom menigmaal, zelfs met juichen, in de dingen des eeuwigen levens, ja, zou er den dood voor kunnen ondergaan, zoo het meent, zóó liefelijk komen zij bet voor. Doch het is alles geene zaak des harten. Het rechte, het in heiligen Geest zich toeëigenen, het met het hart er op staan en er op blijven staan, dat men Christus door het geloof aangenomen heeft, en Hij door het geloof in het hart woont, leeft en werkt, ontbreekt er aan. Er is telkens zelfrechtvaardiging, men spreekt zichzelven vrij en blijft zitten op den zandgrond zijner rebellie der eigengerechtigheid. Het hart gaat niet uit naar God en den Heere Jesus, niet uit naar genoegdoening, naar hetgeen eeuwig recht voor God is en alleen als gerechtigheid voor Hem geldt. Het hart gaat niet uit tot Christus als den eenigen Leeraar en Profeet, en heeft geene dadelijke en dagelijksche behoefte aan Hem als aan den eenigen Middelaar, Hoogepriester en Zoenborg, en er is geen zoeken van genezing zijner zielsziekten en gebreken in Zijne wonden. „Mijn zoon, geef Mij uw hart, en laat uwe oogen Mijne wegen bewaren", spreekt de Heere, maar de schijngeloovige houdt niet bij den Heere aan, opdat Christus door het geloof in het hart wonen moge. Hij geeft zich niet, zonder eenig voorbehoud in de ziel, aan den Heere over. Hij staat er niet naar, band en

Sluiten