Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den weg treedt. De vleeschelijke heiligmaking heerscht en verdrukt, de andere lijdt, doet wel, zegent en ziet niet om, zij ontfermt zich overal, en heeft het oog in alles op Gods ontferming, zij worstelt, om het geloof te behouden en met het geloof boven te blijven, om bestendig in geloof te rusten, in hare verzoening met God den Vader, in het bloed van Christus, en in Hem voor zeker te houden de aanneming tot kinderen en het erfrecht des eeuwigen levens. Zoo gaat het in de heiligmaking des Geestes alles kinderlijk en eenvoudig toe, daar is geen dringende drijver, geen moeten, geen loopen uit zichzelven, maar eene bestendige, rustige en zalige afhankelijkheid van de vrije genade en van de levendmaking des Geestes; de heiligheid, de heerlijkheid en lieflijkheid Gods, de alles overtreffende waarde van Zijn Woord, het erkende koninklijke gezag van Zijnen wil is er de grond der gezindheid, is er de drijfveer van het- doen; de vleeschelijke heiligmaking verlustigt zich in eigen gewaande deugden en volmaaktheden, de heiligmaking des Geestes leeft in de deugden en volmaaktheden Gods, zoo als zij verheerlijkt zijn in de liefde des Vaders en in de genade van Jesus Christus, en zij is werkzaam in de tegenwoordigheid van God en Christus. In de heiligmaking des Geestes is kinderlijke vrees, ontzag, eerbied, gehoorzaamheid aan God, ongeveinsd geloof. Des Heeren tegenwoordigheid en heiligheid is er het element, dat men lief heeft en waarbuiten men niet ademen kan; de vleeschelijke heiligmaking daarentegen werkt uit inbeelding en uit overschatting van zichzelve, uit slaafsche vrees, zij huichelt gehoorzaamheid, het geloof is er een voorwendsel, en waar zij den naaste doodt, zegt zij: „God ziet het niet", of: „Ben ik mijns broeders hoeder ?" of: „Mijne zonde is te groot, dan dat zij kan vergeven worden". Zij heeft zoo weinig begrip van Gods heiligheid, dat zij heden met dezelfde aanmatiging beginselloos en karakterloos omverwerpt en afbreekt, uit lust tot de wereld, wat zij gisteren onder trompetgeschal, met aanmatiging van kracht van Boven, bestond te bouwen. De vleeschelijke heiligmaking

Sluiten