Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vraag 167. Maar wat gebiedt God ons?

Antw. God gebiedt, dat wij onzen naaste liefhebben als onszelven aj, jegens hem geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhartigheid en alle vriendelijkheid bewijzen 6), zijne schade zooveel mogelijk afkoeren, en ook onzen vijanden goed doen cj.

a) Matth. 22 : 39. En het tweede, aan dit gelijk, is: Gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven.

b) Efeze 4 : 2. Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde.

Coll. 3 : 12, 13a. Zoo doet dan aan als uitverkorenen Gods heiligen en beminden de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid; Verdragende elkander en vergevende de een den ander, zoo iemand tegen iemand eenige klacht heeft.

c) Matth. S : 44. Maar Ik zeg u: Hebt uwe vijanden lief, zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen en die u vervolgen.

ZONDAG 41.

Vraag 168. Wat leert God ons in het zevende gebod?

antw. Dat wij de innigste betrekking op aarde, d. i. het huwelijk, niet mogen verbreken, indien geen hoererij a) of kwaadwillige verlating heeft plaats gehad ö).

a) Matth. 5 : 32a. Maar Ik zeg u, dat, zoo wie zijne vrouw verlaten zal anders dan uit oorzaak van hoererij, die maakt dat zij overspel doet.

b) 1 Cor. 7 : 15a. Maar, indien de ongeloovige scheidt, dat hij scheids: de broeder of zuster wordt in zoodanige gevallen niet dienstbaar gemaakt.

Vraag 169. Wit God niet meer tot de gehuwden zeggen, dan wat wij noemden?

Sluiten