Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijn gelukkigen aanleg (5) bemerkende, bestemden zij hem reeds van kindsbeen tot het gevrijde priesterambt.

Daartoe zonden zij hem naar verschillende scholen,

het eerst in 't naburige Groningen (6), — later naar Munster, Hamm en Keulen. Daar, in Duitschland, waar het bezielende woord van den Wittenberger geloofsheld reeds in duizende harten een luiden weerklank heeft gevonden en de zaak der Hervorming gestadig nog veld blijft winnen en veroveringen maakt, daar gaat ook in Alting's peinzenden geest een licht op, zoo als hij tot dusverre nog niet had aanschouwd. Zoowel door het hooren spreken over de groote dingen, die God door Luthee reeds tot stand bracht, als door de kennismaking t gewis ook, met diens geschriften, wordt al meer en meer de overtuiging in hem levende, dat die augustijner monnik nadar aan de waarheid staat, dan de zich noemende moederkerk, en verliest het priesterschap dier kerk van lieverlede zijn begeerlijken glans en luister voor zijn hart, en rijpt langzamerhand iu zijn ziele de lust, om voor goed met die kerk te breken. Daar vindt hij te Keulen ook een bijbel; hij vangt aan dien te lezen; vooral de brief van Paulus aan de Romeinen trekt zijn aandacht, boeit zijne ziele. (7) En als het ook hem, gelijk vroeger den grooten Hervormer, daaruit duidelijk is geworden, hoe de zondaar niet door wettische werken den vrede met God terug kan vinden, maar alleen uit geloof gerechtvaardigd wordt, door Gods genade is het ook bij hem een besliste zaak, dat hij geen' priester wil worden, om Rome te dienen, neen, maar dat ook hij zrjne gaven en krachten zal wijden aan de znak der Hervorming.. — Gelijk Inj- gedtóht - heeft, zoo

Sluiten