Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkopen, tedert Luther Tan zich deed spreken en in de overige Nederlandsche gewesten, om de heilige zaak, reeds menige mutsaardvlam den hemel ea veler martelaarsbloel het straatplaveisel rood gekleurd had, — men meene daarom niet, dat men er geheel onbekend was geHeven met hetgeen in Wittanberg, daags vóór den Allerheiligendag van 1517, geschied was en in geheel Du.itscl.land en 't overige Europa reed8 op aller tongen zweefde. In geenon deelel Reeds kort daarna was het gerucht van die groote dingen uok tot in 't stille, schaars bevolkte Drenthe doorgedrongen en had er beroering onder de doodsbeenderen verwekt. De oudste, ik moet liever zeggen: de eenige geschiedschrijver van 't zoo dikwijls vergeten en als een stiefkind miskende gewest, Johan Picardt, heeft in zijne Korte beschryoinye van eenige Antiquiteten en Annalei Drenthiae, (Amst. 1659, in 4o) bij 't jaartal 1529 het volgende opgeteekend: „Te deser tijdt heeft men in dese Landtschap beginnen te gevoelen de veranderinge in 't stnck der Religie i-lsoo seer vele Ingesetenen, sno Geettticke.ais Wcreltlicke, de Reformatie aennamen, en wilden niet meere ter Misse gaen, en betoonden met woorden en wereken, datae eene walge hadden aen de Pauslicke leere en Ceremoniën, die tot noch toe gedreven waren geweest."

De toenmalige wereldlijke heer van Drenthe, hertog Kabel vak Gelder, „bevindende," dat in ]dit gewest, „de Gereformeerde Evangelische Religie, van dagh tot dagh, hoe langs hoe meer toenam," gaf ook aan paus Cismen» VII den sehriftelijken raad, om in tijds met alle vlijt dat smtulend vuur te dempen, „opdat den Pauslicken Stoei hier door genen krack mochte krijgen." (Zie bl. 216.) — Daarbij 13 't van elders nog bekend, dat er ook tijdens *t bewind van genoemden hertog, dat van 1522 tot 1536 duurde, door de kloosterlingen van Assen ernstig over de toenemende uitbreiding der , Luetteriaensseher Ketterye" (natuurlijk in deze streken) geklaagd werd. (Zie Magnlv, De Stoottere in Drenthe, 2* druk, bl. 256.)

Ook kunnen wij verscheidene priesters noemen, die, toen in 't laatst der 16' eeuw de Hervorming hier haar vol beslag ontving, terstond tot haar overgingen en in dezelfde gemeente, waar zij tot dusverre de mis aan 't altaar hadden bediend, toen den kaneel beklommen en in de volkstaal het Evangelie predikten. Zulkenwaren, (volgens Romein, De Hen. fretSi. »*» Drenthe, Gron. 1861.) de priesters LaXbbbtvi Li vu.» . te

Sluiten