Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee bevredigen of voldoening schenken aan 't naar een geestelijke godsdienst vragend gemoed, of ook de consciëntie verzoenen met een leven in ongerechtigheid en zonde, mits slechts de kerkplichten getrouwelijk werden waargenomen. Ook in Drenthe moet het er trenrig hebben uitgezien met het godsdienstig en zedelijk leven des volks, toen men er nog, zoo als 't heette, onder de vleugelen der Moederkerk werd gekoesterd. Hen behoeft slechts op te merken, hoe er later, toen de Hervorming er gevestigd was en de verschillende gemeenten hare zegeningen reeds eenigen tijd hadden genoten, gedurig te klagen viel over altijd nog voortwoekerende wanbegrippen en verkeerdheden onder 't volk, als over naweeën van de babylonische gevangenschap, waarin de Kerk onder Rome's pausen ha™ gezucht. Wanneer men b. v. zelfs van de kerkvoogden te Vries nog in 1608 leest, dat zij lezen noch schrijven konden, (zie J. van dek Veen, az., Drenthsch Mosaïk, (Gron., 1848) II,,bl. 30) dan vindt men er zeker niet veel bezwaar in om 't er voor te houden, dat het vooral een eeuw vroeger niet bijster gunstig moet gesteld zijn geweest met het sehoolwezen in dit gewest. Of let |men er op, gelijk T. A. Romein, in zijne Hen. Predikanten, van Drenthe, (Gron. 1860), bl. 318, verhaalt' hoe Jan Lammebts, die in 1586 en 87 priester te Zweeloo was, befaamd stond als toovenaar en duivelbanner, wie zal dan een hoogen dunk opvatten van de verstandelijke ontwikkeling, die op 't gebied der godsdienst het eigendom geweest zal zijn van een gemeente, aan de zorg van zulk een zielenherder toevertrouwd? — Hoe lang heeft het niet geduurd, eer dat men voor goed een einde zag maken aan zoogenaamde superstitiën, die kennelijk een overblijfsel waren van den Roomschen tijd, b. v. het plaatsen van kruisen op de kerkhoven boven een graf, of ook aan den openbaren weg! ,Op de herhaalde klagten daarover," aldus schrijft Romein, (a. w., bL 232 in de noot) „wegens de daarmede gepaarde bijgeloovigheid, besluit de synode in 1624, dat ieder predikant zijne gemeente zou vermanen, om ze weg te nemen» en bij weigering na drie of vier aanmaningen, zouden die kruisen aan ieder prijs gegeven zijn en blijven. Bij de ratificatie werd die aanmaning hoogst noodig geoordeeld en ingeval zij zonder effect bleef, zou order gesteld worden, dat er in plaats van kruisen regte palen geplaats werden. Op de synode in 1626 werd berigt, dat het getal kruisen ver»

3

Sluiten