Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veinsde gehechtheid aan de alleenzaligmakende Kerk te laten varen, en ridderlijk er voor uit te komen, dat ook hunne harten met Luthebs krachtig woord instemden, toen later de man, aan wiens naam een onuitdelgharen vloek kleeft, hoezeer hetultramontanisme hem ook verheerlijkt en verhemelt, toen Filips II het staatsgezag ook over hunne Landschap aanvaardde en, getuige de geschiedenis! Rehabeam's onzinnig gezegde nogmaals tot een ontzettende waarheid maakte: „mijn vader heeft u met geeselen gekastijd, maar ik zal u met schorpioenen kastijden.'

Ouk aloude volksvrijheden en rechten, waarop de Drenthenaar ten allen tijde zoo fier was en waarvoor hij te voren zoo dikwijls het harnas aanschoot, als een' vermetele kerkvorst of andere gekroonde macht er de handen aan durfde slaan, bleven nu niet onaangetast door den man yan bloed en staal, die, zoo als Evebhardus van Reijd, Ntderl. Oorl., (3«dr., Amst., 1644) bl. 515, zegt, meer „door dwanck van Castelen ende Garnisoenen," dan door liefde zich deed gehoorzamen. Dacht er de Spaansohe dwingeland toch niet in allen ernst aan, om Drenthe's staatkundige zelfstandigheid te vernietigen, door 'tvoor een gedeelte in te lijven bij een aangrenzend gewest en voor 't overige in kleine heerlijkheden te versnipperen? (Magnin, a. b., bl. 316 enz ) En al hielden Filip's trawanten, door de gedweeheid van de Drenthenaren met tot uitersten geprikkeld, hier niet met gelijke barbaarschheid huis, als waarvan Hooft met het oog op andere oorden des lands in vreeslijke kleuren een tafereel schetste, - toen <t overal „op een vanghen en spannen van allerley' standt, ~ allerley' sexe, allerley' ouderdom" aanging, toen „de galghen gerist hingen, en de raeden, de staaken, de hoornen aan de weegen veriaaden met lyken" stonden, „gewurght, onthalst, gebarnt: zoo datdemenschen, nu, in de lucht, tot adem schepping geschaapen, als m een gemeen graf, en wooning der ooverleedenen, verkeerde," toen „elke dagh zyn deerlykheithad en t bassen der bloedtklokke," nooit ophield, - toch ondervonden Drenthe's bewoners al leeds en lijdens genoeg, om 't natuurlijk te vinden, dat zich algemeen een geest van ontevredenheid en misnoegen van hen meester maakte en de reeds in hunne harten sluimerende afkeer van Rome's Kerk er nog te sterker door aangevuurd werd, al openbaarden zij dien ook niet in daden van ruw geweld. Immers, zoo mm al, in Friesland en Groningen die woeste tooneelen van echt wandalisme

Sluiten