Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denïsdie hen zr> pijnlijk knelden'; te bevrijden, — zij, de zeer weinigen tegenover de van top tot teen Wet ijzer geharnaste en in den wapen, handel beproefde krijgsknechten van den verdrukker? Te onbeduidend in aantal waren de bevolkingen der' afzonderlijke kerspels, om op zich zelf dé vaan des opstands te verheffen, met hoop' op gè„wenscht gevolg," — te verstrooid lagen' de dorpen en gehuchten en te ver niet zelden door onafzienbare heidevelden gescheiden, om door samenspanning een poging tot verlossing, die goede uitkomsten beloofde, te kunnen beproeven. (Vandaar, dat metf in Drenthe ook van de bekende „hagepreeken" niets beeft vernomen.) Daar restte hun niets dan lijdelijk het hoofd in den Schoot te leggen en voor de overmacht te bukten, niets dan met langmoedigheid het harde juk des vreemden drijvers te blijven torschen, tot tijd en wijle de maat hunner beproevingen volgemeten was en God den dageraad der verlossing deed rijzen aan de kimmen- Terwijl zij in eiken Spanjaard, die wederrechtelijk op hun voorvaderlijk erf zich nestelde, alsof het zijn eigendom was, niet al leen een aanrander hunner burgerlijke vrijheid moest entzien, maar ook den verbitterden vijand vreezen van de betere godsdienstige overtuiging, die zij in 't geheim in hun binnenste koesterden, viel er met geen mogelijkheid aan te denken, hier voor de zaak der Hervorming ook slechtghet minste te ondernemen of te wagen.

(14) „Gaan we hen liever in hunn' eerste rust oovérrompelen, en 't geknotte qüaadtkruidt, eer 't nieuwe en weeligher spruiten schiete, met wortel met al uitrooyen. Dit 's, dat der mooghenheit uwer Majesteit, dit, dat der Spaans'che groothéit betaamt. Goedertierenheit, vergiffenis,' zyn öoghdienende naamen; altyds meer niet, dan koeldranken voor den dorst der zieken. Om een brandende koorts te verdryven, ruimt men aadren en ingewant. Daar hoort vlym en venyn toe: ten minste bittere droggên." Deze woorden legt Hooft den Spaanschen krijgsoverste in* den mond, waar hij, benevens vier andere bijzondere gunstelingen, door Filips geraadpleegd wordt, hoe met de ketters in Nederland te handelen. (Zie Ned. Histor., (3« dr., Amst., 1677) bl. 153, 154).

(15) „Door Spaanschen invloed werden in Drenthe geen andere pastoor > en vicarissen aangesteld, dan van wier gehechtheid en trouw aan

Sluiten