Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KOMST VAN Ds. W. MAAN. (INTREE-PREEK).

Ds. Maan kwam 4 Juli 1886 naar Augustinusga als Gereformeerd Predikant.

Evenals Mr. Dr. W. van den Bergh uit Schaarsbergen naar Voorthuizen was gekomen kon ook Ds. Maan tot zijn gemeente neggen dat hij bij de beslissing niet met vleesch en bloed was te rade gegaan door elders den herderstaf neer te leggen en hem te Augustinusga weer op te nemen, o. m. hooren wij het hem vertolken bij zijn intrêepreek:

„Gij gelooft immers met mij, dat de Heere der gemeente, die alles bestuurt naar Zijnen wonderlijken Raad en Wil, ook tijd en wijze heeft bepaald om mij tot deze, nu mijne gemeente te brengen?"

In zijn tekstwoord Lucas 24 : 47a: „En in Zijnen naam gepredikt worden bekeering en vergeving der zonden", laat de pas overgekomen Dienaar des Woords de gemeente van Augustinusga duidelijk verstaan dat wat allereerst tot de Apostelen gezegd werd, ook geldt voor hen, die zich van Godswege tot het predikambt geroepen gevoelen.

De Apostelen zijn gestorven, zulke buitengewone gezanten heeft de Heere daarna niet meer aangesteld, maar wel is deze gezant zich van Christus wege bewust dat Gods Woord in Efeze 4 : 11 en 12 zijn lastbrief is.

Wat gepredikt moet worden, is: Bekeering en vergeving der zonden. Beleden wordt, in overeenstemming met de Belijdenis der Gereformeerde Kerken in Nederland, het geloof, dat God den mensch geschapen heeft uit het stof der aarde en heeft hem gemaakt en geformeerd naar zijn beeld en gelijkenis, goed, rechtvaardig en heilig.

Voorts, dat deze zondelooze mensch de eerste Adam door moedwillige ongehoorzaamheid het gebod, dat ten leven was, overtreden heeft „de ooren biedende den woorde des duivels". Zóó heeft hij zich schuldig gemaakt aan den lichamelijken en geestelijken dood.

Aldus geloof ik — zoo komt deze Evangelieprediker naar Augustinusga — gelijk Paulus ons in den brief aan de Rom. (5 : 12) leert en wij belijden met David in zijn boetspalm (51 : 7) „Het gansche hoofd is krank en het gansche hart is mat". (Jesaja 1 : 5b en 6a) „En de bezoldiging, het loon, der zonde is de dood". Diep wordt gebogen voor het recht Gods.

Sluiten