Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorloopig een boerenschuur als vergaderplaats inrichten, daartoe welwillend afgestaan door den heer Warmolts en bewoond door Wobbe Bouma.

Volgens Art. 7 der Wet op Kerkgenootschappen van 1853 moest hiervoor toestemming verkregen worden van den burgemeester. Z.Ed.achtbare zorgde dat de toestemming er voor den Zondag was.

Zaterdag 19 Maart is nog een gecombineerde vergadering gehouden van de gemeente van Augustinusga, waar Gereformeerden en Synodalen samenkwamen, maar deze vergadering is mislukt doordat de President-Kerkvoogd Sickler er niet toe wenschte over te gaan eenig voorstel in behandeling te nemen.

Hetgeen in 1816 kunstmatig bijeen gehouden zou worden, maar nooit één is geweest, begon nu weer wezenlijke inhoud te krijgen.

Het afzettingsvonnis van de geschorsten, dat moest volgen, kwam reeds 25 Maart af, onderteekend door het Provinciaal Kerkbestuur J. Altingh Prins, president, Dr. M. van Staveren, secretaris.

Alleen de ouderling Hedzer Veenhuizen deelde dit vonnis niet. Deze had na bezoek van het Provinciaal bestuur te kennen gegeven zich weer onder de Synodalen te willen stellen. En dan waren de heeren al meer dan tevreden en kon er weer sprake zijn van een ouderling en een diaken, terwijl de tweede consulent Ds. A. de Jong te Surhuisterveen met de gecommitteerden van het Classicaal Bestuur Ds. Politiek te Oudwoude en Ds. Nusselder te Kooten verder deed wat des kerkeraads was.

Den lOden Mei bekrachtigde de Synodale Commissie uit de Ned. Herv. Kerk het afzettingsvonnis van de Gereformeerden te Augustinusga en is geteekend door J. K. Koch, president der Synode en L. Overman, secretaris.

De Synodalen hebben later ook de processen gewonnen, die de Gereformeerde Kerk hen aandeed inzake de goederen der Kerk. Een bekend jurist schreef in die dagen: „De rechter stapt eenvoudig over alle informaliteiten heen en de klagenden als oproermakers beschouwende, keurt hij alles goed wat de Synodalen doen". Hoe zou het ook anders kunnen, waar de ongeloovigen zelfs geen flauw begrip hebben van een belijdende Kerk?

De Bijbel leggen ze op zij om te knielen voor reglementen.

Maar God laat het toe en dus moet er in berust worden.

Sluiten