Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOORGAANDE REFORMATIE.

28 April ontving Ds. Maan een briefje van de Synodalen, w.i. verzocht werd het archief der kerk af te geven. Of daarop ook schriftelijk is geantwoord is niet na te gaan; correspondentie had men alleen aangevraagd en verkregen met de naburige kerk van Gerkesklooster en andere doleerende kerken — maar het archief is gebleven in handen der wettige kerkeraad, totdat einde 1888 de burgerlijke rechter vonnis wees en toen is vrijwillig dit eigendom afgestaan.

Overigens behoefde men met de Synodalen niet meer te handelen, daar alles nu verder over de burgerlijke rechter of diens ambtenaren liep. Alleen heeft Ds. Maan zich nog even in verbinding gesteld met den president-kerkvoogd, om te bevorderen dat de armen der gemeente geen gebrek zouden hebben, tengevolge der kerkelijke verwikkelingen.

17 Mei kon, ten huize van Ds. Maan, kerkeraad worden gehouden, waarbij Ds. van Kasteel, consulent van de kerk te Drogeham, de grensregeling wenschte te bespreken, tusschen deze kerken, die 20 juni d.a.v. door de classis geapprobeerd is geworden.

Een smeekbede om bouwterrein voor een noodkerk te krijgen bij den grondeigenaar, Lycklama a Nijeholt te 's Gravenhage, die veel landerijen bij het dorp in bezit had, werd koel afgewezen, terwijl een eigendom van mede standers niet geaccepteerd kon worden, wegens minderjarige kinderen.

23 Mei besliste de kerkeraad dat de eischen aan de ouders voor den doop der kinderen ruim moeten zijn, maar, zoo noodig, met doopgetuigen.

Bij toelating tot het H. Avondmaal, nauwkeurig toezien, wie en waarom dit heilig sacrament begeerd wordt. Blijkbaar was er ook gebrek aan leeraars of kan het ook geweest zijn dat er al te veel ijver is geweest? Hoe het zij, de kerkeraad constateerde dat de Gereformeerde Kerken geen godsdienstonderwijzers kennen en deze worden, met inachtneming van aanleg, leeftijd, enz. naar de Vrije Universiteit of volgens art. 8, Dordtsche Kerkenorde, den weg tot de bediening des Woords gewezen.

Dat er met geringe middelen veel gebeuren kon, blijkt hieruit dat de tegenwoordige Kerken van Harkema-Opeinde in oefenaar N. Warmolts, en Kootstertille in H. K. Zijlstra, broeders hebben gehad, die met de gaven door God hun geschonken, het middel zijn geweest waardoor omstreeks dienzelfden tijd de ambten aldaar konden worden ingesteld.

Sluiten