Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardig genoeg, uit afgescheiden kring, doch zijne moeder was een volgelinge van Ledeboer, die eigenlijk nooit geheel en van harte met de Vaderlandsche Kerk heeft gebroken, die haar altijd bleef aanzien als de oude, Gereformeerde Kerk van Nederland; zijn kerk was feitelijk een „doleerende" (d.i. treurende) kerk in den ouden, goeden zin van dat woord. En deze beginselen van Ledeboer nu heeft Hoedemaker als 't ware met de moedermelk ingedronken. Zijne moeder placht dan ook meermalen te zeggen, dat zij van den Heere een bijzondere belofte voor haar kind had ontvangen en hem aan Neêrland's Kerk had gegeven. Treffend is het geloof dier vrome moeder bewaarheid, doch — door wat al schommelingen en worstelingen heen!

Hoedemaker heeft een tamelijk onrustige en onstuimige jeugd gehad. Zijn vader had een boekwinkel te Utrecht en daardoor vrij veel relaties met aristocratische families van het réveil, die bij hem hunne boeken kochten. Als kind woonde Hoedemaker vaak de „oefeningen" en stichtelijke samenkomsten in het huis zijner ouders bh'. Toen hij 12 jaar oud was vertrokken zn'ne ouders, zooals vele afgescheidenen in die dagen, naar Amerika in 1851. Men ging wonen te Calamazoo in Michigan (Midden-Amerika). Daar ontdekte de groote Amerikaansche schrijver en wijsgeer Emerson het eerst zijne groote gaven bij een lezing, die hij hield voor zijn medescholieren, en wekte zoo in hem de begeerte om straks naar Duitsohland te gaan om daar wijsheid te zoeken. Een tijd lang werd hij opgeleid voor predikant. Hij gevoelde echter het levend geloof te missen en zeide ronduit tot zijn vader (zijne moeder was intusschen gestorven), dat hij onmogelijk zóó voort kon gaan. Groote teleurstelling bij den ouden vader. Zoo kwam hij dan op een advocatenkantoor om voor de balie te worden opgeleid. In dien tijd overkwam hem bij het paardrijden in de bosschen, waarvan hij een groot liefhebber was, een ernstig ongeluk. Hij ontsnapte ternauwernood aan den dood. Dit

Sluiten