Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij niet. „Want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig." De hersenen, het trillende trommelvlies, de zenuwen, die de prikkels overbrengen, kunnen gezien worden, derhalve zijn ze tijdelijk en zullen vergaan. Ja, reeds in dit leven vergaan ze; eiken dag, ieder uur gaan er in ons lichaam cellen te gronde en worden door nieuwe vervangen, zoodat in de hersenen, die ik heden bezit, wel nauwelijks een enkele cel meer over zal zijn van die tien jaren geleden mijn hersenen vormden. De voorstellingen echter, die ik toen had, zijn nog onveranderd aanwezig. Al mogen tienmaal in mijn leven de cellen te gronde gaan, waarin het beeld van mijn lang gestorven grootvader werd bewaard, toch blijft het beeld; het wordt niet veranderd door het komen en gaan, het ontstaan en verderven van hersencellen. Waarom? Omdat het beeld niet gelijksoortig is met de cellen; het behoort niet tot het gebied van de vergankelijke stof, maar van den onvergankelijken geest.

De sporen, die van de indrukken der zinnen in onze hersenen zijn achtergebleven, hebben geen plaats en geen gewicht, zijn niet van stoffelijken aard; dat blijkt wel hieruit, dat ze anders geen voldoende plaats zouden vinden in de beperkte ruimte, die door de schedelbeenderen begrensd wordt. Lezer, verdiep u eens een oogenblik in de beschouwing van het ontzaglijk aantal voorstellingen, die gij in uw leven reeds hebt opgestapeld en die alle nog aanwezig zijn. Komt een kindje ter wereld, dan zijn zijn hersentjes nog een onbeschreven blad papier, een huis met vele kamers en ontelbare kasten en kisten, maar alles is nog ledig. Doch na enkele dagen gaan reeds de oogjes in alle richtingen, kijken hier naar een lichtpunt en daar naar een blanken knoop, en daar gaan reeds de berichten van wat gezien wordt naar het ledige huis.

Onzichtbare dingen.

2

Sluiten