Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen gebruiken, maar dat we ook in liefde er anderen van kunnen mededeelen.

Nog altijd zit mijn jongetje bij zijn tafeltje en zingt zijn Kerstliedje: „Stille nacht!" En ik moet denken aan het menschelijk geheugen, die groote bewaarplaats van alle indrukken. Is daar ook niet veel verkeerds bij, veel onreins? Is niet menig woord, menig beeld mee binnengekomen, waarvoor we ons zouden schamen, zoo iemand het zag? Wie brengt die weer uit het geheugen? Wie verwijdert de zondige gedachten, de onreine, de liefdelooze, de goddelooze? Christus is verschenen ter verzoening: daarvoor zij Hem eeuwig dank gebracht! Hij delgt uit. Hij verwijdert. Hij vernietigt wat zondig is. Hij reinigt onzen voorraad van voorstellingen, ja, Hij wil ons geheel heiligen, naar lichaam, ziel en geest. De hemelen juichen Hem ter eere. En wij willen mede juichen en loven onzen Schepper, onzen Verlosser, den grooten Koning van het onzichtbare rijk!

Wij keeren terug van het hooge huis, dat ons geheugen voorstelt, en wij blikken door het glazen dak in de groote zaal en in al de aangrenzende vertrekken. Welk een schouwspel! We zien vóór ons liggen een onontwarbaar netwerk van draden. Ze gaan door het geheele gebouw, door de kamers en de gangen en het trappenhuis. Waar we ook heenzien, draden zonder tal. Het dradennet van de telefoon eener groote stad is niets in vergelijking van het ontzaglijke aantal draad ver bindingen, dat hier onzen blik boeit. Gij vraagt verbaasd naar de beteekenis van dit vreemde tooneel. Luister! Eens stond ik op den rand van het trottoir, met den hoed in de hand, te kijken naar den lijkstoet van een jong officier, die gestorven was tengevolge van een val van zijn paard. Diep drongen de tonen van den treurmarsch in mijn ziel. En sinds dien tijd zie ik, zoodra ik dien treurmarsch hoor, het beeld van den jongen officier en van zijn

Sluiten