Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den Bijbel en houden zichzelf voor wijs. Maar naar waarheid zegt Salomo: „De vreeze des Heeren is het beginsel der wijsheid," en Paulus: „Zich houdende voor wijzen, zijn ze dwaas geworden." De geheele wereld weergalmt van den strijd tusschen zonde en genade, en deze „wijzen" bemerken er niets van, houden zonde voor een inbeelding en genade voor een ziekelijk verschijnsel. Ze hooren het Heilsleger zingen in een bedompte kroeg en schudden het hoofd, en ze weten niet, dat de „soldaten" gedreven worden door de onzichtbare macht van liefde en genade. Ze zien met medelijden en minachting, hoe de menschen des Zondags met het Psalmboek in de hand naar de kerk gaan, en ze weten niet, dat het Evangelie een kracht Gods is, waaraan de ziel behoefte heeft als het lichaam aan brood; ze weten niet, dat de menschenziel snakt naar God en Zijn Woord. O, wat zijt gij arm, gij, die blind zijt voor de machten der onzichtbare wereld, voor de machten van boven en de machten van beneden, voor den strijd tusschen beide en voor de toekomstige heerlijke zegepraal van God! Gij dwazen, die den onzichtbaren God loochent, terwijl gij aan alle kanten omringd zijt door de wonderen van Zijn wijsheid; die den vorst der duisternis loochent, en niet den invloed bemerkt, dien hij reeds heeft op uw denken en handelen. Want gij zoudt niet blind zijn voor het onzichtbare, indien de vader der leugen u niet de oogen had verblind.

Wij gelooven dus aan de onzichtbare machten van zonde en schuld, maar ook aan de veel grooter machten van liefde en van zegen.

Daar staat een zoon gereed om naar den vreemde te gaan, en zijn vader legt hem zegenend de handen op het hoofd. Die zegen is een werkelijkheid; hij gaat met den zoon mee als een macht. Onzichtbaar, en toch even werkelijk als de hand, die zegende. Bouwt

Sluiten