Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV : 3, 4 hebben wh dit feit niet slechts duidelijk uitgesproken, dat „er is één lichaam," maar worden wh' vermaand „ons te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren in den band des vredes," dat wil zeggen: dat wh' in de praktijk moeten handhaven, wat de Heilige Geest geestelük tot stand gebracht heeft.

Er zijn in de wereld tweeërlei Christenen. De ééne soort zegt door daden: „De mensch heeft vele Uchamen gevormd, en daar ik lid ben van één dezer (naar mijn gedachten het beste) wil ik de belangen daarvan behartigen, zoo goed ik maar kan." De andere soort zegt: „God heeft één lichaam gevormd, en heeft mij tot een lid daarvan gemaakt; en nu wensch ik door Zh'n genade de belangen te behartigen van het Hoofd dezes lichaams, de beginselen uitgesproken in Zijn Woord, en waarnaar dit lichaam gevormd is."

Waarde lezer! tot welke dezer twee soorten behoort gij?

Helaas! hoeveel geloovigen, dierbaar voor het harte Gods, behooren tot de eerste. Hoort gij niet menigen Christen zeggen, dat hh bh dit of dat lichaam zich zal aansluiten? Deze Christen heeft zeker vergeten (indien hh- er ooit mee bekend is geweest), dat het eenige lichaam, 't welk God in Zijn Woord erkent, het lichaam is, waarvan Christus Zelf het hoofd, en elk waar geloovige een levend lid is. Bijgevolg indien gh (om een bekende uitdrukking te bezigen) zalig gemaakt zijt, zht gij reeds een „lid," met het Hoofd in verbinding. „Die den Heere aanhangt, is één geest met hem." (1 Kor. VI : 17.) En in 1 Kor. XII : 18, gebruik makende van het beeld eens menschehjken lichaams, zegt de Apostel: „God heeft de leden qesteld, élk van dezelve aan het lichaam, gelijk Hij gewild heeft."

Welk een droevige verwarring brengt men dan teweeg, wanneer men er van spreekt: zich bij dit of dat lichaam

Sluiten