Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wandelen volgens het Woord, en die zich verre houden van het openbaar kwade. De Heilige Geest Gods zou nooit trachten de uitwendige eenheid te handhaven, wanneer daardoor de inwendige heiligheid opgeofferd werd. (*) (Lees 1 Kor. V : 6, 7, 8, 13.)

In het elfde Hoofdstuk van den brief aan de Korinthiërs vinden wh nadere^ bhzonderheden omtrent de beteekenis van het Avondmaal des Heeren. Aan dat Avondmaal worden de genegenheden van het leven Gods in ons opgewekt door de herinnering aan Christus Zelf; en door gezamenlijk aan dat Avondmaal deel te nemen, „verkondigen wh Zh'n dood, totdat Hij komt." Wanneer Hij gekomen zal zh'n, hebben wij dit beeld niet meer noodig, daar wh' Hem dan zien van aangezicht tot aangezicht. Is het niet droevig, wanneer wij er aan denken, hoeveel personen, wier verlossing Hem alles gekost heeft, dit heerhjke voorrecht koel en onverschillig veronachtzamen? Laat het Zijn hart onaangedaan, wanneer zij, die Hij zoo innig liefheeft, zoo weinig belangstellen in hetgeen wy Zyn uitersten wil kunnen noemen, uitgesproken in den nacht, waarin Hij verraden werd, en herhaald aan Paulus na zyn opneming in heeriykheid? (1 Kor.

(*) Op kerkelijk gebied is aan de ééne zijde de gemeenschap te ruim, omdat elk, die zedelijk leeft, na gedoopt en „aangenomen" te zijn, aan de avondmaalstafel wordt toegelaten, hetzij hij bekeerd is of onbekeerd. Aan den anderen kant is de gemeenschap te bekrompen, omdat alleen als .leden" erkend worden zij, die zeggen de inzichten te deelen van deze of gene secte of bijzondere kerk.

Worden wij door de Schrift geleid, dan moeten wij staan op een grondslag, ruim genoeg om in te sluiten elk lid van het lichaam van Christus,' wiens wandel overeenkomt met de heiligheid en de waarheid, en bekrompen genoeg om buiten te slniten alles, wat door de schriftuurlijke tucht buitengesloten wordt.

Sluiten