Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloovigen zóó ver van te biddei^datHtj gezonden vrorde; Jrof zij richten hun gebedenJ^rSémzelven, dat Hh' kome, ' ( alles in strijd met de^dtffdeiyke belofte des Heeren: „Hij f zaT ü een andere^Trooster geven, opdat hij bij u zij tot in eeutvigheid.'y(Joh. XIV : 16.)

Men moet zich nochtans herinneren, dat er een groot onderscheid is tusschen geloovigen, vergaderd ter eeredienst of stichting, en een openbare bijeenkomst om het evangelie aan onbekeerden te prediken. In het laatste geval is de dienstknecht persoonlijk, en naar de maat der gave hem toebetrouwd, alleen verantwoordelijk voor de voorstelling der goede boodschap van zijn Meester.

De plaats, die gij inneemt, getoetst.

Laat ons — met deze eenvoudige feiten voor onzen geest — vooronderstellen, dat Petrus, Jakobus en Johannes met eenigen van de eerste discipelen geleefd zouden hebben tot op dit oogenblik in een van de steden, die wij bewonen; en dat zy nog in den eenvoud van de door God in den beginne gevestigde orde vergaderd waren, namelijk „in den naam des Heeren Jezus"; (verg. Matth. XVIII : 20 met Joh. XX : 19.) Zijner gedenkende bij het breken des broods op den eersten dag der week, en verwachtende Zijn spoedige wederkomst; (Hand. XX : 7; 1 Kor. XI : 23—26.) de tucht naar de Schrift handhavende; (1 Kor. V : 9—13; 1 Tim. V : 20; 2 Thess. III : 6, 14, 15; 1 Thess. V : 14; 2 Tim. IV : 2; Tit. II : 15; Gal. VI : 1.) zich beijverende „de eenheid des lichaams" praktisch te bewaren; (Efez. IV : 3, 4.) en erkennende de tegenwoordigheid en het gezag des Heeren Jezus in hun midden, om door den Heiligen Geest te leiden, wien Hij wil, en zooals Bij wil, hetzij Dij de aanbidding, hetzij in bet dienen; en bijgevolg zonder iets in aanmerking te nemen van al de

Sluiten