Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik herhaal nog eens dat wij tijd met God moeten doorbrengen, dat wij zonder ons te haasten met den Heere moeten zijn, tot Hem mogen spreken — en meer dan dat: wij Hem ook de gelegenheid moeten geven om tot ons te spreken.

Laat ons nu een ander aspect van het gebedsleven beschouwen. Wij moeten niet alleen zonder haasten bidden, maar ook

zeer eerbiedig bidden.

Dat is zeer belangrijk. Ik ken de Hollanders niet zoo goed, maar in Engeland is er bij de Christenen veel gebrek aan eerbied, wanneer men tot God nadert. Er bestaat gevaar, dat men vergeet in tegenwoordigheid Gods te zijn als we bidden.

Eens had ik een audiëntie bij den Spaanschen Minister-President, den tegenwoordigen Staatspresident. Ik ging bij hem niet op een haastige, slordige wijze te werk ; ik zorgde er voor dat mij n gedrag zeer correct was. — En wanneer dit het geval is, als we bij een betrekkelijk onbelangrijk mensch op bezoek gaan, hoe hebben wij ons dan wel te gedragen wanneer ons de Koning der koningen in audiëntie ontvangt!

Zeker, Hij is onze Vader en als kinderen des Vaders mogen wij tot Hem naderen, zonder vrees ; maar wij moeten niet vergeten, dat Hij ook onze God is. Laten wij aan Zijn Almacht denken en op Zijn heerlijkheid en heiligheid acht geven. Deze eigenschappen Gods moeten ons zeer eerbiedig tot Hem doen gaan. — Spreken zij niet van Zijn wondere liefde jegens ons ? —

Ik heb nooit de liefde Gods begrepen vóór ik zelf vader werd. Als het gevraagd werd, hoop ik dat ik mijn leven zou kunnen geven om dat van een vriend te redden — maar ik zou nooit het leven van mijn kind kunnen geven om het leven

van een ander te redden Doch God heeft mij

zóó lief gehad, dat Hij Zijn eeniggeboren Zoon heeft gegeven ; alleen deze gedachte moet ons al nopen met grooten eerbied tot God te naderen.

Sluiten