Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR WOORD.

Op de Synode der Chr. Geref. Kerk, gehouden in het jaar 1918, werd ik beschuldigd van ketterij ten opzichte van de Geref. Belijdenis. In het boek "Maranatha" had men een tweetal punten ontdekt, die, naar men meende, tegen onze Belijdenis indruischten. Zeer gaarne had ik mij toen terstond voor de broeders met het zwaard desi Geestes verdedigd, doch dit werd mij, helaas, niet toegestaan. Tegen de Belijdenis in, ging men van meet af het onfeilbaar Woord in dit geding ter zijde stellen. Ja, men gaf mij zelfs in 't geheel geene gelegenheid tot persoonlijk verweer, want men halveerde mij in den schrijver van "Maranatha" en in een deputaat van Classis Muskegon. In de eerste hoedanigheid mocht ik niets, in de laatste iets zeggen. Een ieder begrijpt, dat een mensch zich zoo niet laat verdeelen en dat niet het minst dit laatstgenoemde eene verdediging ten eenenmale onmogelijk maakte.

Terstond nadat de voor mij, noodlottige beslissing gevallen was, zeide ik in het privaat tot Ds. I. Van Dellen, den President, dat ik ten zeerste ontevreden was over het besluit der Synode en dat ik dra van me zou laten hooren in de kerkelijke pers. Enkele weken later vroeg ik beleefdelijk aan den Wachter-redacteur, of ik een series artikelen tegen dit besluit der Synode mocht schrijven. Doch deze broeder had een commissie van toezicht boven zich en verzond mijn verzoek aan die broeders met het gevolg dat dit beslist door hen werd geweigerd. Korten tijd later ontving ik bericht, dat ik ook mijn antwoord aan de Broeders in de Wachter niet mocht vervolgen. Hier was dus kennelijk de toeleg om heel deze beweging in stilte te smoren; van uit wereldsch oogpunt misschien een voortreffelijke tactiek.

Ik gedacht toen in stilte aan Amos 5:13 eni nam me eerst voor mij stil te houden als een lam. Doch, de Christen is niet alleen een lam, maar ook een leeuw en al durf ik niet zeggen, dat dë leeuw in mij ontwaakte, ik had hem in elk geval hooren brullen, en dan is sitil-zijn onmogelijk. Ik sta in de vaste overtuiging dat de Eerw. Synode een onbijbelsch en mistdien heilloos besluit in de bedoelde zaak heeft genomen en, ik mag er wel bijvoegen, in

Sluiten