Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die overtuiging sta ik gansch niet alleen. Van de breedste vergadering is mij geen hooger beroep mogelijk dan op God en het christelijk geweten der menschen. Het eerste doe ik dagelijks en het tweede wensch ik bij dezen te doen. Wat mij in de kerkelijke bladen geweigerd werd, bied ik mede op aandrang van vele broeders in eenigszins uitgebreiden vorm aan ons volk aan. In de kerkelijke .pers en zelfs van menige kansel af ben ik voorgesteld als iemand die het koningschap van Christus loochen. Dit is onverantwoordelijk voor God en de Gemeente des Heeren beide en is een van twee-en: onkunde of laster. De lezer onderzoeke slechts het woord hier geboden met een onbevooroordeeld hart en dan zal hij zelf toestemmen, dat dit niet naar waarheid gezegd kan worden.

Ik wensch de betwiste punten eerst van uit een confessioneel en daarna van uit een uitlegkundig oogpunt te beoordeelen. De toeleg van het eerste zal voornamelijk zijn om aan te toonen, dat men heel deze kwestie nimmer op confessioneel-kerkelijk gebied had moeten brengen, eenvoudig omdat ze er niet behoort. Door dit wel te doen heeft men van meet af het debat vertroebeld en heeft men de gedachten van de hoofdzaken afgeleid. Bovendien is het niet in te zien hoe de Geref. Kerken langs dezen weg ooit tot verdere ontvouwing der waarheid kunnen geraken. Het is mij althans niet mogen gelukken om ook maar een voorbeeld te vinden van leerontwikkeling langs confessioneel-kerkrechterlijken weg. Deze weg is bedoeld en misschien doelmatig om te houden wat men heeft, maar niet om voort te varen tot de volmaaktheid op het gebied der waarheid Gods; en niet om het eerste, maar om het laatste ging het hier, want de Confessie is volstrekt niet Eschatologisch. Hiermede is natuurlijk niet gezegd, dat ik mij beklaag over het feit dat de Eerw. Synode een uitspraak inzake* "Maranatha" gedaan heeft. Dit toch was niet alleen haar recht, maar in dit bepaald geval zelfs hare roeping, want er waren van een viertal Classes instructies desbetreffende ingekomen en hierop moest de Synode ze wel van een of ander antwoord dienen. Het was evenwel onbillijk, onconfessioneel en ten zeerste onschriftuurlijk om bewuste punten niet te toetsen aan de Schrift als het onfeilbaar Woord van God. Had men dit gedaan, dan zou men ras..tot ^e ontdekking zijn gekomen, dat men hier niet met ketterij, maar met zeer heerlijke waarheden te doen had. Dit kortelijks aan te toonen is de eigenlijke last van dit werkje.

Moge de Heere er Zich door verheerlijken en de waarheid er door bevordentn!

Muskegon, Mich.

H. BULTEMA.

Sluiten