Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

De Confessioneele Zijde van het Geschil.

Tegen de wijze, waarop deze zaak op de breedste vergadering behandeld is, heb ik enkele bedenkingen. De Synode heeft m. i. gezondigd tegen twee grondregels van alle wet. Het is vooreerst een algemeen erkende regel dat iemand onschuldig is en als zoodanig beschouwd, besproken en behandeld moet worden, totdat zijne schuld ten klaarste is bewezen. Op den vloer der Synode echter is gedurig tegen deze grondregel gezondigd, zonder dat hiertegen een krachtig protest uit de vergadering gehoord werd. Slechts een enkele keer heeft een broeder ouderling hierop gewezen. Het is eveneens een algemeen erkende grondregel van elke wet, dat iemands beschuldigers niet over hem mogen zitten als zijn rechters. Ook deze regel heeft de Synode niet in acht genomjen, want zoowel in de tweede als de eerste commissie van preadvies zaten broeders, die, alsof ze mijne rechters waren, reeds de gansche kerkelijke wereld hadden kond gedaan, dat ik de fondamenten omver haalde, althans tegen de Gereformeerde Belijdenis inging. Dit had vermeden kunnen zijn want er waren genoeg bekwame broeders ter Synode, die mij nog niet vervolgd hadden. Menig broeder was hierover dan ook ten zeerste ontevreden en wilde dat ik hiertegen protesteeren zou, doch het kwam mij voor dat het minder gepast was voor een aangeklaagde om tegen zijne "rechters" te protesteeren en dat dit veeleer op den weg dier bezwaarde broeders zelve lag. Ik wensch op deze verkeerde wijze van behandeling geen bizonderen nadruk te leggen, omdat dit volstrekt niet mijn hoofdbezwaar is in betrekking tot de Synode. Ze echter ganschelijk verzwijgen wilde ik ook niet. Dit laat het rechtsbesef niet toe. En ook de historie eischt, dat de zaak naar waarheid wordt voorgesteld.

Formeel was het ook niet in orde, dat men mij heel behendig even halveerde als schrijver van Maranatha en als deputaat van Classis Muskegon. In de eerste hoedanigl|eid, zoo werd me plechtig verzekerd, mocht ik niets zeggen en alleen in de laatste hoedanigheid mocht ik iets zeggen. Zoodra ik aan persoonlijke verdediging toekwam, klonk het vam uit zekeren hoek telkens we-

Sluiten