Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen, indien men eerst kon zeggen: Schrift en Belijdenis stemmen overeen in al de waarheid, die God den menschen geopenbaard heeft, of ook: Schrift en Belijdenis zijn volkomen identisch. Nam men in dat geval de Belijdenis tot maatstaf, dan nam mert daardoor de Schrift zelf tot maatstaf. Maar dan- kon men ook nog een stap verder gaan en verklaren de Schrift ganschelijk voor overbodig. Dan hadden wij niet alleen in dergelijke, maar in alle gevallen aan de Belijdenis alleen genoeg. Ja, meer nog, dan hadden we feitelijk twee onfeilbare Bijbels.

Dit argument klemt te meer, zoo we bedenken, dat onze Gereformeerde Belijdenis juist op het stuk der laatste dingen zeer onvolledig is. Prof. Biesterveld schrijft in zijn Symboliek hierover als volgt: "Over de Eschatologie wordt in de Geref. Symbolen weinig gehandeld. Vele Symbolen zwijgen over dit stuk, en niet alleen de kleinere, ook de groote Confessies. Als zij nog iets bespreken dan is het gewoonlijk om de Roomsche leer te verwierpen." Dr. Kuyper schrijft in zijn Locus de Consummatione van de Reformatie: "De heele Eschatologie (leer der laatste dingen) liet men rusten" en van de Gereformeerde Theologie: "Onze Geref. Theologen hebben deze locus grootelijks verwaarloosd en aan een ieder vrij spel gelaten om er een eigen meening op na te houden. In deze stand der kwestie zijn we nu nog", en van onze Belijdenis schreef hij "dat zij op dit stuk zeer onvolledig" was en "er is in wat er van gezegd wordt nog geen perspectief", dus liet hij zich uit. Van Rhijn noemde de Geref. Confessie op dit punt "zwak en onvolledig". Waar er nu gedurig door mannen van dege kennis en onverdachte gereformeerdheid op gewezen is, dat de Belijdenis wel verre van volledig is, op het stuk der laatste dingen juist zeer onvolledig is, daar maakt het waarlijk een vreemden indruk, indien men dan door bekwame mannen, die dit alles kunnen weten. Belijdenis toch ziet aangelegd als den alleengeldenden regel en richtsnoer ter beoordeeling van een uitsluitend Eschatologisch werk als Maranatha.

Deze redeneering zou nog steekhoudend geweest zijn in betrekking tot puur Confessioneele zaken. Was Maranatha een Confessioneel werk geweest, zoo dat de vraag in . de discussie was opgeworpen "wat is Gereformeerd?" dan had men zich eenvoudig met een toetsing aan de Belijdenis schriften tevreden kunnen stellen. Ik ben het volkomen eens met Prof. Heins als hij op pag. 20 van zijne Geref. Geloofsleer zegt: "Als het de vraag is, wat is waarheid?" zoeken wij het antwoord alleen in de H. Schrift.

Waar men hier met een uitlegkundig, en geen Confessioneel werk te doen had en waar onze Geref. Belijdenis noch Chiliastiseh

Sluiten