Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noch Antichiliastisch is, daar gold het hier immers de eenvoudige vraag: "Wat is Waarheid?" en daarom had men niet in de Belijdenis, maar in de H. Schrift alleen het antwoord moeten zoeken, en het richtsnoer aanleggen, ongeacht de begeerte van sommige broeders. Het zou zeer onwijs en hoogst onbillijk zijn, indien men een werk over de tijdrekenkunde naar streng literarischen maatstaf beoordeelde, maar is het nog niet veel onwijzer en onbillijker om een uitsluitend Eschatologisch werk te toetsen aan de niet-Eschatologische Belijdenis?

Deze confessioneele behandeling van een niet confessioneele zaak druischt ook gelijkelijk tegen de Schrift en de Belijdenis zelve irt. Allereerst tegen de Schrift. Deze wil immers alle dingen aan zichzelve getoetst hebben. Het Woord Gods is en wil zijn een criticus, een oordeeler, van alle gedachten en overleggingen des harten. Zie Hebr. 4:12. Heel de Schrift is nuttig, ook voor eene Synode om als toetssteen in theologische zaken te' dienen. Zie II Tim. 3:16. De Kerk is een pilaar en vastigheid der waarheid, alleen door haar vasthouden aan het Woord der waarheid. Ook hier geldt het woord des profeten: "Tot de Wet en tot de Getuigenis, zoo zij niet spreken naar dit Woord, het zal zijn dat zij geen dageraad zullen hebben." Er is ook voor eene Chr. Geref. Synode geen dageraad, geen licht, geen heil, indien zij niet in elk opzicht gaat tot de Wet en tot de Getuigenis. De Bereers, die alles toetsten aan het Onfeilbaar Woord Gods zijn nog edel en dierbaar in Gods oog. En van die Gode welbehagelijke Bereeersgeest is ons op de Synode, helaas! geen spoor gebleken. Veeleer het tegendeel, want men ging van meetaf met opzet het Woord des Heeren als toetssteen ter zijde schuiven.

Tegen het toetsen met het Woord, hoort men thans niet zelden inbrengen, dat ook ketters altoos met het Woord komen. Dit is slechts heel betrekkelijk waar. Mijn antwoord hierop is drieerlei: (a) Er zijn velen die men beschouwt als ketters, die het toch misschien niet zijn in den zin van afgedoolden van de waarheid, (b) Zielverdervende ketters komen lang niet altoos, ja zelfs nooit met het onvermengde Woord. En zij komen ook nooit met het volle Woord, maar altoos met dat deel, dat slechts in hun kraam te pas komt, zooals uit het spreekwoord: "Elke ketter heeft zijn letter", kan blijken, (c) Het misbruik der boozen mag het gebruik der Schrift door de goeden niet lam slaan. Wat misbruik er b.v. ook van de waarheid der uitverkiezing gemaakt wordt, zoo houden we daaraan toch immer vast.

Het ,is in de twjeede plaats ook tegen de Belijdenis zelve om niefc-confessioneeie zaken uitsluitend met de Confessie en niet

Sluiten