Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het algemeen wel, dat er vele beloften voor Israël waren en dat het nog eens tot God bekeerd zou worden, maar men wilde in den regel niet gelooven, dat het Koninkrijk nog eens weer aan Israël zou worden opgericht, Hand 1:6 en dat Christus als Koning over het huis Jacobs tot in eeuwigheid zou regeeren, Luk. 1:33. Maar omdat dit destijds buiten den gezichteinder lag, hebben ze dit niet geloochend, zoodat wanneer wij met hen het geestelijk Koningschap van Israël" over de Kerk leeren, wij niet met hen in botsing komen. Bij een conflict is er wederkeerige buitensluiting en deze is hier volstrekt niet. Er is niet een Eremillennialist, die het koningschap der Gereformeerde Belijdenis loochent of tegenspreekt. In welk Christen zou het kunnen opkomen om te loochenen, dat Christus Zijn volk door Zijn Woord en Geest regeert en bij de verworvene verlossing beschut en behoedt, zooals Zondag 12 leert. De zaken staan eenvoudig aldus: De Belijdenis loochent het Koningschap niet zooals Maranatha dit leert en genoemd werk ontkent het Koningschap niet, zooals de Belijdenis dit opgevat wil hebben. En inzake het Hoofdschap van Christus is er tusschen deze beide zelfs geen schijn of schaduw van tegenspraak, maar de schoonste overeenstemming, want Art. 29 leert, dat het eigenlijk merkteeken der ware Kerk dit is, dat men Jezus Christus houdt VOOR HET EENIG HOOFD.

Sluiten