Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijven? Het lag op mijn weg om de eigenlijke betrekking van Christus tot Israël en tot de Gemeente als Zijn lichaam aan te duiden. Men zegge 't mij: hoe kon ik dit anders uitdrukken dan in Maranatha gedaan is? De Belijdenis spreekt, zooals ieder Gereformeerde kan weten, volstrekt niet van Israël. Confessioneele uitdrukkingswijs was hier dus ten eenenmale onmogelijk! Dit was mij bekend en daarom heb ik mij op vrijmoedige wijze precies zoo uitgelaten als de Schrift dit doet. Het Woord ligt open voor een ieder. Men overtuige zich hiervan. Mijn onderwerp was Bijbelsch en ik heb er over geschreven in Bijbelsche termen. Wie kan, wie durft mij dit tot censurabele zonde rekenen?

Hoewel men zich krampachtig aan mijne woorden heeft gehouden, zonder van mijne bedoeling te willen weten, zoo wensch ik toch nog iets naders aan te toonen, dat mijne beschouwing volkomen Bijbelsch is.

Christus is de Koning, maar van Israël, niet van de Gemeente. Met deze staat Hij in veel nauwere betrekking. Christus is de Koning van Israël en het Hoofd der Kerk, dus schreef ik in Maranatha.

Met deze "gewraakte uitdrukking" heb ,ik, zooals uit het verband blijkt, voornamelijk drieerlei willen afweren:

I. Dat Israël en de Kerk in elk opzicht identisch zouden zijn en dat de Kerk Israël volkomen heeft vervangen, zoodat er voor dit theocratisch volk geen herstel en Koning meer is.

II. Dat de nauwste relatie tusschen Christus en Zijne Gemeente zou zijn aangegeven in het Koningschap van Christus. Voor mij ligt het wezen der Gemeente daarin, dat ze het lichaam van Christus is. Bij een lichaam nu behoort geen Koning maar een Hoofd.

III. Ten derde heb ik hiermede willen ontkennen, dat Christus nu reeds feitelijk daadzakelijk het koninklijke bewind heeft aanvaard, zoodat we. nu reeds kunnen zeggen als in Openb. 11: 15, "De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en Zijnen Christus."

Met deze drie zaken staat dus deze bewering in het nauwste verband. Is Israël volkomen vervangen door de Kerk; is de Gemeente niet wezenlijk het lichaam van Christus en heeft Christus reeds feitelijk als Koning het bewind over alle dingen aanvaard, dan vervalt onze stelling oogenblikkelijk. Doch ik leef in de volle overtuiging dat Israël en de Kerk niet in elk opzicht identisch zijn. (Wel ten allernauwste vereenigd. Nergens heb ik beweerd dat er een absolute scheiding bestaat tusschen deze twee) ; dat de Gemeente het lichaam van Christus is, Hem tot een orga-

Sluiten