Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

één naam, die alleen van Nieuw Testamentisch standpunt op de Kerk van toepassing is; en dan gaan ze in den breede betoogen, dat het lichaam van Christus in hetOude Testament niet bestond. Een waarheid die volkomen evident is!"

Wat de H. Schrift ons tot negenmaal toe verzekert, noemt de Professor dus bloot eene bewering. Dit is nog droever dan een weinig onnoozel, waarvan hij ons beschuldigt. Anderzijds stemt hij volkomen toe, dat deze waarheid volkomen evident is. Welnu, daar ging het voor mij juist om. En men heeft deze onderscheiding van ekklesia en soma uit het oog verloren.

Inzake het Koningschap van Christus wensch ik er hier allereerst op te wijzen, dat er maar zeer weinig Schriftbewijs voor het daadzakelijk Koningschap van Christus over de Kerk geleverd wordt en dat het weinige dat wordt gegeven juist de duidelijkste bewijzen aflegt van Christus' Koningschap over Israël. Om dit aan te toonen, veroorlove men mij de Schritbewijzen, welke Dr. Kuyper in zijn DICTATENDOGMATIEK aanvoert, heel vluchtig de revue te laten passeeren. Van veel belang is het allereerst te vernemen, hoe deze kolossus zich in het algemeen over het Koningschap van Christus uitlaat. Hij schrijft als volgt:

"Het Koninklijke ambt van Christus is een der meest ingewikkelde en moeilijkste problemen in de Dogmatiek. Men kan gerust zeggen, dat er bijna nooit over het Koningschap van Christus gesproken wordt of het is een dooreen laten vloeien van allerlei kleuren, een verwarde streng, waaraan geen opwinden is, een totaal gemis aan alle distinctie."

Deze oordeelvelling is hard, maar, na eenige ernstige studie van dit onderwerp komt het me voor, dat ze volkomen waar is en het zou ongetwijfeld een zeer interessante studie opleveren om te onderzoeken, waaruit dit verschijnsel te verklaren is Voorts zij nog opgemerkt, dat dit woord van Kuyper tot nuchterheid moet stemmen en tot de vraag moet dringen of wij zelf het Koningschap wel goed naar de Schrift gegrepen hebben. Wij behoeven inzake zoo gewichtig stuk als het Koningschap van Lhnstus met in de duisternis te verkeeren, want de Schrift spreekt er ontzaglijk veel over. Men zal evenwel nimmer tot helderheid komen zoo men Israël buiten zijn beschouwing laat. Doch nu ter

Dr. Kuyper put, en volgens hem deden onze vaderen dit ook de ^wijzen van het Koningschap van Christus uit de volgende plaatsen: Joh. 18:37; Matth. 1:21 en 2:2; 21:4, 5; 28:29- fj 27

Cn \t' UJ> and 24- Zie Dictatendogmatiek, Locus' dé Christo, pag. 174. Dr. Kuyper behandelt tefat voor tekst en dat zullen wij ook doen, ten einde alzoo aan te toonen, dat het Konin*-

Sluiten