Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ders wezen. En welke is nu de relatie van Christus tot de Gemeente? Hij wordt voorgesteld als het fondament, den hoeksteen en den bouwmeester der gemeente, maar dit zijn beelden en geene wezens-aanduiding.

^taat het ons nu duidelijk voor den geest dat.de Gemeente wezenlijk het lichaam 'van Christus is, dan werpt dit feit een zeer verrassend licht op de wezensverhouding van Christus tot haar.

Bij een lichaam toch behoort een hoofd. En gaan we nu naar de Schrift, dari zien we ook, dat Christus herhaaldelijk het Hoofd der Gemeente geheeten wordt.. Zie Ef. 1:22; 4:15 ; 5:23; Col. 1:18. En dit geschiedt al weder op zoodanige wijze, dat het duidelijk is. dat hierin eene aanduiding wordt gegeven van eene wezensverhouding. Wat zou men trouwens anders bij een lichaam verwachten dan een hoofd?

Door zijn lijden en sterven is Christus het Hoofd der Gemeente geworden en evenals het een vaste wet is der natuur, dat het Hoofd er eerst is, zoo geldt deze wet ook hier. De Gemeente is het lichaam, dat,.opwast uit het Hoofd. Ef. 4:15, 16. Col. 2:19. De uitgestorte Geest vormt zijn geestelijk lichaam, zoowel als eens zijn natuurlijk lichaam in den schoot der maagd Maria 1 Cor 12:13.

Zoo hebben we dan gezien dat de Gemeente in haar wezen het lichaam van Christus is en Christus in Zijne Wezenlijke verhouding tot de Gemeente het heerlijk Hoofd is. Dit is niet alleen de doorloopende 1661* der H. Schrift maar ook der Belijdenis. Zie vr. 50, 51, 57 onzer Catechismus en Art. 29 en 31 onzer Confessie. Tusschen de begrippen Koning en Hoofd is aanmerkelijk verschil. Naar het mij voorkomt kan dit drieerlei verschil genoemd worden.

a. Het Koningschap is, uitgenomen dat van den drieeenigen God, steeds iets dat van buiten af is opgelegd; het Hoofd is iets, dat innerlijk in samenhang met het lichaam groeit. Een Koning wordt aangesteld, een Hoofd wordt.

b. Een Koning heeft een ambt, dat is een rechtsbevoegdheid over het volk, zoodat wij hier dus een rechterlijke verhouding hebben van Koning en Volk; een Hoofd daarentegen staat niet hoog boven een volk, maar is organisch met het lichaam verbonden, gelijk de wijnstok met de ranken, hier is levensverband.

c. Bij een Koning behoort onafscheidelijk machtsoefening en strenge straf. Dan moeten de vijanden verpletterd worden als een pottebakkersvat, vertrapt en vertreden, volkomen ten onder gebracht. Een Hoofd daarentegen heeft het lichaam lief als zichzelven, heeft in het lichaam geene vijanden, die ten ondergebracht moeten worden, en het straft niet het lichaam, maar

Sluiten