Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geschiedenis van Koning David is hier ongetwijfeld een heerlijk type. Hij was wettig gezalfd tot Koning over Israël, maar voor geruimen tijd was hij wel rechtens maar nog niet feitelijk Israels regeerend vorst. Toch zeiden de knechten van Achis, I Sam. 21:11, "is deze niet David, de Koning des Lands?"

Zoo beschouwden het de Filistijnen, die niet recht wisten, hoe de vork in den steel zat bij Sions vorst. In den nacht van Sauls dood zeide die vreemde gestalte tot Saul: "De Heere heeft het koninkrijk van uwe hand gescheurd en dat gegeven aan uwen naaste, aan David." Toch was Davids troon toen nog niet feitelijk opgericht; Sam. 28:17. In II Sam. 3:9, 10 zweert Abner, dat hij den stoel van David zal brengen over Israël en Juda, van Dan tot Berseba. Maar eerst daarna, in Sam. 5:2, 3, 12 en'7:11 kon inderdaad gezegd worden, dat de troon van David gezet en hem het gericht gegeven was over gansch Israël. Zoo nu gaat het ook met den grooten. Zone Davids.

Ik stem ook toe, dat Christus thans reeds zit op den troon der genade. De Schrift maakt gewag van verschillende troonen. Er is sprake van den troon des! Allerhoogsten of den troon van Gods algemeene en absolute souvereiniteit en er is een troon der genade, waaraan de heilige schrijver denkt als hij zegt: "Dewijl wij een barmhartigen Hoogepriester hebben, laat ons met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, om genade te ontvangen en geholpen te worden ter bekwamer tijd." Zach. voorspelde reeds van den priester op den (troon, 6:13. Maar, er is ook sprake van den troon Zijner koninklijke heerlijkheid, waarvoor alle volken vergaderd zullen worden, en dit ligt nog in de toekomst "De Zoon des menschen zal zitten op den troon Zijner heerlijkheid en voor Hem zullen de volken vergaderd worden." Evenals wé kunnen zeggen dat het koninkrijk der genade er is, kunnen we zeggen dat de Koning der genade thans reeds in Christus tegenwoordig is; maar nog niet Zijn Koningschap in vollen zin.

Toegestemd dan dat Christus rechtens de Koning der koningen is, feitelijk het Regeerhoofd van alle dingen, en dat wij ook thans kunnen zeggen, dat Hij zit op den troon der genade wensch ik vervolgens eenig,bewijs te leveren, dat Hij als Middelaar nog met feitelijk het Koninklijk bewind over alle dingen uitoefent In een kort bestek als dit kunnen we onmogelijk al de bewijzen hiervoor leveren en daarom geven we slechts enkele.

1. Volgens de Schrift is een daadzakelijk regeerend koning tevens een het recht uitoefenend rechter. Zoo vatten de oudsten tot Samuel het op als ze zeiden: "Er zal een koning over ons zijn En wij zullen ook zijn gelijk al de volken, en onze koning zal ons richten.' Reeds vroeger hadden ze gezegd: "Geef ons een ko-

Sluiten