Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappij over de kerk en de wereld. Is Hij dan niet letterlijk de groote profeet geweest en heeft Hij niet letterlijk Zich als de eenige Hoogepriester opgeofferd? Waarom zal Hij dan niet eveneens letterlijk en in den meest wezenlijken zin van het woord als de letterlijke Koning der Joden regeeren, gelijk de Heere dit beloofd heeft? Zeker, Zijn heerschappij zal buiten allen twijfel geestelijk en niet vleeschelijk zijn, maar bij het echt geestelijk karakter zal het ook toch tevens echt menschelijk, lichamelijk, zichtbaar en tastbaar zijn in al den luister van aardsche zoowel als hemelsche majesteit. Zijn Koninkrijk is niet VAN deze wereld En ook niet van DEZE wereld, maar toch wel ter dege op deze aarde. Zijn rijk komt niet met uiterlijk gelaat, maar zal toch wel eenmaal in uitwendige gedaante aanschouwd worden. De rollende en verpletterende steen van Daniël wordt immers een groote berg, die de gansche aarde bedekt en alle volken omspant. In dit licht beschouwd verstaan wij het ook, waarom niet alleen de profeten, maar ook de Heiland Zelf van Jeruzalem blijft gewagen als de stad des grooten Konings. Matth. 5:35 en vasthoudt aan de twaalf stammen, Luk. 22:30 en het koninkrijk dat aan Israël zal worden opgericht. Hand. 1:6 en dat Hij Zich op de laatste bladzijde der Schrift nog kan aandienen als de Wortel (Heer) en het geslacht (Zoon) Davids.

6. De regeering van Christus is volgens de Schrift, onafscheidelijk verbonden met de volkomene ten onderbrenging van Satan. Satan is reeds overwonnen, maar hij is nog niet verpletterd. In Rom. 16:20 zegt Paulus: "De God des Vredes zal den Satan haast onder uwe voeten verpletteren," waaruit we dus kunnen afleiden dat dit toen nog niet geschied was.

De verzoeking van Christus in de woestijn is in dit opzicht zeer belangrijk. Dr. Kuyper en de beste verklaarders nemen aan, dat het woord van Satan tot Christus: "Al de koninkrijken dezer wereld zijn mij overgegeven en ik geef ze wien ik ook wil." ontzaggelijke werkelijkheid is, wat ook veilig mag worden afgeleid uit het feit, dat Christus dit niet ontkende maar stilzwijgend toestemde, Is dit nu realiteit, dan is het ook realiteit dat Christus de koninkrijken dezer wereld nog niet feitelijk bezit. Christus en Belial zijn volkomen tegenstanders, die samen niet kunnen regeeren. Waar de een is, moet de ander weg evengoed als de duisternis verdwijnt, waar het licht verschijnt. Thans echter verleidt Satan nog alle volken, is Satan nog "de god dezer eeuw" en ligt deze gansche wereld volgens Johannes in den booze. Indien men nu beweert dat .Christus als Middelaar reeds Zijn koningschap uitoefent op aarde en onder alle volken, dan moet men het raadselachtig feit verklaren dat Satan nog zooveel macht heeft.

Sluiten