Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Davidshuis, aangenomen en geweid. Het aloude Koninkrijk uit den tijd, toen Juda's dochteren daarhenen wandelden, komt'heerlijker dan destijds terug, om nooit weer van het volk te worden weggenomen."

Deze aanhalingen die met vele soortgelijke vermeerderd zouden kunnen worden, toonen duidelijk, dat deze Schriftverklaarder deze "gewraakte punten" als waarheid leerde.

DS. M. SIPKES, Geref. Predikant te Winterswijk ontwikkelt in zijn werkje over de toekomst des Heeren dezelfde gedachten. Ook hij is, voorzoover wij weten, hierom nimmer bemoeilijkt. De Gereformeerden hebben altoos een breede opvatting gehad van de LIBERTAS PROPHITANDI, omdat ze zeer wel wisten, dat onze Belijdenis zich over deze dingen volstrekt niet uitlaat.

Ds. M. Sipkes dan schrijft in zijn genoemd werkje aldus over het onderscheid tusschen Israël en de Gemeente: "Als we in het O. Testament gaan naspeuren hoedanig het Vrederijk zich zal openbaren; en daarna in het N. Testament gaan onderzoeken, wat het Vrederijk zal zijn, dan bemerken we dat het eerste ons bekend maakt met den toestand van Israël in dat rijk en het tweede ons den toestand der Gemeente doet kennen. Moest dit niet reeds genoeg zijn, om ons te doen inzien dat er een groot onderscheid tusschen Israël en de Gemeente bestaat? Immers het O. Testament spreekt steeds van zegeningen voor Israël op aarde; het Nieuwe daarentegen van geestelijke zegeningen in den hemel. Het eerste noemt een tempel; het tweede geen tempel. Het eerste spreekt van huwelijken, van spelende kinderen op straten, van zondaren en dood; het tweede kent geen huwelijken, geen zondaren, geen dood of rouw." Na aangetoond te hebben, dat deze beschouwing de belijdenis op dit stuk niet weerspreekt, vervolgt hij:

"Neen Israël komt eens tot zijne bestemming, maar gaat evenmin in de Gemeente op, als deze in Israël opgaat. De Gemeente is van Israël geheel onderscheiden. Zij is eene nieuwe schepping, de meest bevoorrechte klasse der menschheid. Zij behoort niet tot deze wereld, maar is met Christus in den hemel gezet. De Gemeente, verzameld uit Joden en Heidenen was oudtijds een verborgenheid. Het was in de andere eeuwen niet bekend gemaakt dat de Heidenen zijn mede-erfgenamen. Deze verborgenheid maakte de H. Geest aan de Apostelen en Profeten des N. Testaments bekend. Als Bruid van Christus, en gezegend met geestelijke zegening in den Hemel, heeft de Gemeente geen aardsche bestemming. Wel heeft de Heere haar toegezegd, dat Hij haar deze

Sluiten