Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van David, en daarmede het koninklijk volk als een afgehouwen boom; maar gij, Jezus, zijt de Verborgene Scheut, die weldra voor den dag komt, opdat in en door U Israël en de volkeren Gods eigendom worden mogen. De dag komt, dat Israël naar Kanaan terugkeert. Dan openbaart God Zich te Jeruzalem, zooals nergens elders op aarde. En gelijk nu het hart der kunstenaars naar Rome en de modezuchtige vraagt wat de nieuwste mode te Parijs is, zoo vragen alsdan de volkeren, die door Gods strafgericht zijn wijs geworden, naar wat God te Jeruzalem doet, en van Jeruzalem uit tot de gansche aarde spreekt."

Ruim een veertig jaren geleden werd er in De Hope, het officieel orgaan der Geref. Kerk in Amerika een debat gevoerd over Israels herstel. Men wilde eindelijk de artikelen van den broeder, die hiervoor streed niet meer opnemen, weshalve deze toen eene brochure tegen Ds. Jakob Van der Meulen, die met Israels herstel den draak gestoken had, in het licht gaf. De schrijver er van is A. VAN DER WAL van Oostburg, Wis. Deze eenvoudige broeder had destijds reeds een heldere kijk op de zaken. Wij laten hier enkele regelen van hem volgen: "Toen Pilatus Jezus vroeg of Hij Koning was, antwoordde Hij: "Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen." Zoo komt vanzelve de vraag te voorschijn: Maar waarover zal Hij Koning zijn of waarover zal Hij regeeren? Misschien zijn: er velen, die zullen zeggen, welk een onnoozele vraag, want dat staat toch zoo duidelijk in den Bijbel, en dat zeg ik ook; evenwel, van nabij beschouwd, is het toch zoo onnoozel niet als men oppervlakkig wel zou zeggen, want de groote meerderheid der Christenen, ja, wijze, geleerde en godzalige mannen hooren wij zoo vaak Jezus noemen de Koning van Zijne Kerk, en dit is toch geene Bijbelsche uitdrukking, maar geeft zelfs zijdelings te kennen, dat zij eigenlijk niet weten waar Jezus Koning over zal-zijn, of waarover Hij zal regeeren.

De Bijbel stelt Jezus onder deze bedeeling voor als het Hoofd, waarvan de Gemeente het lichaam uitmaakt. Verder stelt de Bijbel Jezus voor als de Bruidegom en de gemeente als de Bruid, die Hij Zijn Vader als een reine Maagd zal voorstellen, zonder vlek of rimpel. Is het nu niet ver gezocht dat de Bruid haren Bruidegom Koning noemt, al is het ook dat deze werkelijk Koning is ? In Ef. 5:23, 32 haalt Paulus tot voorbeeld aan de vereeniging van man en vrouw, hetwelk de hoogst mogelijke en nauwste vereeniging is voor den natuurlijken mensch, doch hij laat er onmiddellijk op volgen: "Deze verborgenheid is groot, echter zeg ik dit ziende op Christus en op de Gemeente." Nu vraag ik, niettegenstaande de man het hoofd van het huis en van de vrouw is, of het goed zou luiden, dat de vrouw hem daarom koning noem-

Sluiten