Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zingen we wellicht na den arbeid dier commissie nog met verhoogden ernst:

'En welke vorsten ooit het aardrijk moog' bevatten, Wie hunner is, o Heer, met U gelijk te schatten."

Eindelijk leg ik de pen neder. Deze strijd tegen de broeders viel mij zwaar. Ik heb echter gestreden zonder eenige bitterheid in het hart; wel met een vurig verlangen dat het volmaakte dra mag aanbreken, als wanneer wij niet meer zullen kennen ten deele, niet meer zullen zien door een spiegel in een duistere rede, maar zullen kennen gelijk wij ook gekend zijn. Dan zullen we ook zien dat wij elkander hier beneden slechts ten deele begrepen en ten deele lief gehad hebben.

Sluiten