Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat te diep en zoo is dat stuk tamelijk groot geworden. Toen voelde ik mij nog hongerig en sneed nog een stuk af. 't Ging allemaal naar binnen, maar 't was wel wat te veel voor mijn maagje, het barstte er bijna van. Nu begon mijn geweten te kloppen. Toen mijn grootmoeder thuiskwam en het keukenkastje opendeed, was ik bang, dat ze zou merken, dat ik een stuk van haar koek weggenomen had en ik bleef dicht bij haar staan. Wat was ik blij, dat ze er met geen enkel woord over sprak ! Toen ben ik weer naar buiten gesprongen. Ik dertk nog dikwijls met dankbaarheid aan mijn lieve gxootmoeder en ik heb er nu nog verdriet van, dat ze indertijd van mij de pokken overerfde en daaraan gestorven is.

Ook herinner ik mij Dominee Blumhardt nog heel goed. Hij kwam altijd eenmaal in 't jaar uit Bad Boll naar Möttlingen op bezoek. Ik was toen ongeveer vijf jaar oud. Ik zag hem op straat, terwijl hij met onzen buurman, schoenmaker Klein aan de praat was. Ik bleef staan en keek maar voortdurend naar hem op, omdat ik nog nooit zulk een dikken mijnheer had gezien. Blumhardt vroeg aan onzen buurman, waar ik thuishoorde. „Zoo, zoo", zei hij, en toen tegen mij : „Kom eens hier, kleine kerel en geef me eens een flinken klap op mijn hand".

Uit alle macht sloeg ik er op los. Blumhardt greep mijn handje vast en toen werd ik opeens zoo verbazend blij, dat ik een paar keer om hem heen sprong.

Eens werd er een jonge stier wild en ging er van door. Ik zag het, haalde mijn catapult te voorschijn en trof het dier midden op het voorhoofd. De stier bleef onmiddellijk staan en liet zich gewillig naar huis leiden.

Een anderen keer zag ik, hoe er van de herberg „In den os" een met twee paarden bespannen bierbrouwerswagen zonder voerman aan kwam razen. Voor ons huisje lag de top van een dennenboom. Dien nam ik op, ging midden op den weg staan en wierp hem de paarden vlak voor de pooten. Ze

Sluiten