Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienzelfden akker te gaan en naar de vrucht op den steenhoop te zien. Toen ik er bij kwam, was alles verdord. Dat gaf me een steek in 't hart, ik sprong van schrik achteruit.

De regen had de aarde van de wortels weggespoeld en de steenen waren zoo heet, dat men ze bijna niet kon aanraken. Toen heb ik gezegd : „Nu kan men natuurlijk niet tweemaal oogsten, dat is duidelijk. Men kan alleen daar oogsten, waar het zaad diep in de goede aarde is gevallen". Nu moest ik naar deri goeden grond zien. Daar stonden de halmen reeds tien centimeter hoog en ze waren buitengewoon krachtig en sappig en groen. Het was een wonderheerlijk gezicht. Het maakte me zoo blij, dat ik naar den hemel moest opzien. Maar ik wist niet wat dit alles te beduiden had, want ik kende de gelijkenis van de vier soorten akkerland nog niet.

Spoedig daarop kwam ik in Stuttgart bij stalhouder Fritz in de Kazernestraat, waar ik paarden moest verzorgen.

Daar werd ik een slecht mensch. Het zaailand vergat ik volkomen. Naar Möttlingen wilde ik ook niet meer ; af en toe kwam ik er nog voor een paar uur.

Bij dezen stalhouder Fritz had ik jonge collega's, die alles verdronken. Omdat ik nog eenigszins spaarde, dreven ze den spot met me : „Jij bent een echte hongerlijder, van jou kan men nog geld leenen !"

Daar kwam mijn trots tegenop. Ik zei : „Dat zal ik jullie bewijzen, dat ik geen hongerlijder ben !"

Dadelijk ging ik met hen naar de eerste, de beste herberg. „Zoo, nu kan je meteen ook voor ons betalen", zeiden ze. „Je hebt geld genoeg".

„Goed", zei ik, en betaalde voor ieder een glas bier.

Maar dat was te weinig naar hun zin. „Je kunt ook wel wijn betalen !" „Dat kan ik ook !"

Ik betaalde en dronk zelf mee ; ik was nu gevan-

Sluiten