Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten en een nierlijden. Daarvoor ging ik dikwijls naar een professor, maar die gaf mij de verzekering dat er geen middel voor mijn kwaal bestond. Ik heb van alles geprobeerd, maar niets hielp. Toen toonde de Heer mij opeens den breeden en den smallen weg en zei tot mij : „Als je zoo voortleeft, ga je voor eeuwig verloren". Ik schrok vreeselijk en dacht : „Dan is het toch niet goed in orde met inij". Ik kwam in aanraking met een anderen drinker en die zei : „Jij ! binnen acht dagen kunnen we achter jouw lijkbaar gaan".

Ik zag er namelijk heel slecht uit. Van schrik kon ik hem geen antwoord geven. In mijn hart was het nacht als in een graf en in stilte heb ik uitgeroepen • „En waarheen dan ? Want ik heb geen thuis !"

Toen kreeg ik een Kneipp-kalender in handen. Daarop stond, hoe men een geregeld leven moet leiden en daarbij dit woord : „Overmatig eten en drinken is een groote zonde".

Deze enkele woorden hebben mij zoo getroffen, dat ik geestelijk in elkaar zakte. Toen is mij een licht opgegaan. Alle vloeken, die ik eens uitgestooten heb, zijn op mij neergekomen. Ik werd doodsbang. Er ging een gericht door mij heen, ik werd overtuigd van mijn schuld. Ik kon niet langer weerstand bieden en moest mij aan den Heer overgeven.

Ik stond van mijn stoel op en riep : „Ach Heer, wat heb ik gedaan ! Heb ik zoo lang in zonden geleefd ? ! Ach Heer, is het mogelijk, dat Gij mij nog kunt vergeven ?

Wees toch genadig en vergeef mij mijn zonden".

Meer kon ik niet bidden. Ik heb bitter geweend.

Toen zag ik tot mijn schrik twee groote, open koffers staan, die waren vol met schuldbrieven, netjes bij elkaar gelegd en met zwarte en gele strookjes papier omwonden. Nu wist ik, dat er een levende God was, maar ook een levende duivel, die een mensch zou ombrengen, als hij mocht.

In dezen tijd werd er in de buurt van ons huis een herberg geopend. Mijn chef zei: „Nu hoef je niet ver meer te loopen".

Sluiten