Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen hem : „Het is den mensch gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel. U weet, hoe ik vroeger was en hoe het nu met mij is".

Hij kon alleen nog maar antwoorden : „Ja, dat moet ik zeggen, jij bent een ander mensch geworden !"

„Ik kan niet anders, ik moet dezen weg gaan". Toen ik dit zei, schreeuwde een van de kameraden als een dier en weende bitter. Ongeveer een uur lang was er een heilige stilte. Niemand waagde het een woord te spreken. Maar langzamerhand begonnen de chef en een van mijn kameraden te spotten. „We zullen nu met den Bijbel onder den arm op 't wérk moeten komen".

Maar in mij klonk het bevel : „Wees stil, je hebt ze vermaand en gezegd, wat je te zeggen had".

Den volgenden dag vroeg de chef : „Ga je weer naar Schrenk ?"

„Ja, ik ga er eiken dag heen".

Toen wilden ze weten, welken weg ik nam. En ik nam den kortsten weg, regelrecht naar beneden, zoodat ze konden zien, dat ik naar Schrenk ging. —

Op een avond zat ik voor het begin van de bijeenkomst naast een boerenmeisje. Ik werd er toe gedrongen tegenover haar getuigenis af te leggen van wat ik beleefd had en hoe men bij den Heiland blij en gelukkig kan worden. Nog voor de prediking begon, had het meisje den Heiland gevonden, zonder dat ik het wist. Eerst eenige weken later liet ze het mij mededeelen door een van de broeders.

Ik deed mijn werk nu ook met een heel andere gezindheid ; want ik arbeidde nu ter eere Gods.

Zondags ging ik naar de kerk, bezocht zieken, weduwen, weezen en dronkaards, waar de Heer mij heenleidde. Een van mijn collega's was ook een groote dronkaard. We hebben nachten met elkander m de herberg doorgebracht. Hij hoordé, dat ik bekeerd en een ander mensch geworden was. Als ik hem tegenkwam, ging hij mij altijd uit den weg Daarom bad ik: „Lieve Heiland, laat mij in Uw goedheid dezen armen mensch eens ontmoeten, zoo

Sluiten