Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw, kijk toch, Stanger knielt neer en bidt en wij hebben ons leven lang nog nooit met elkander onze knieën gebogen !"

De man bekeerde zich tot zijn Heiland. Voor ik met hem bad, vroeg ik, of hij geloofde, dat de Heer zijn gezwel zou wegnemen.

,,Ja zeker", antwoordde hij, „zou ik dat niet gelooven ?"

Toen ik voor de tweede maal met hem bad, bewoog zich iets in het gezwel.

Bij de derde maal barstte het open en alle pijn was verdwenen.

Hij maakte er zich ook nog zorgen over, of zijn salaris nog verder uitgekeerd zou worden ; want als hij gepensionneerd werd, kreeg hij aanmerkelijk minder. Ook toen vroeg ik hem, of hij geloofde, dat hij zijn gewone salaris uitbetaald zou krijgen, zoolang hij leefde, als wij met elkander den Heer daarom baden.

En weer zei hij : „Ja, zou ik dat niet gelooven ?"

Wij baden met elkander en de Heer heeft ook dit gebed verhoord. Toen ik kort daarop terugkwam, zat de inspecteur van politie bij zijn bed en deelde hem mede, dat hij nog eenigen tijd zijn gewone salaris zou behouden. Hij leefde nog vier weken en zijn vrouw ontving nog acht weken na zijn dood het volle salaris.

Deze gebedsverhooring bemoedigde hem en vol blijdschap over zijn redding zei hij eens tegen mij : „God heeft je tot mij gezonden. Ik zou anders voor eeuwig verloren zijn gegaan j"

Hij meende ook, dat het heil een mensch niet kon ontgaan, als hij het Heilige Avondmaal gebruikt had. Dan moest men wel in den hemel komen.

Eiken avond moest ik bij hem komen om met hem den Heer te loven en te prijzen.

Ik vertelde hem ook wat de Heer mij in het gezicht van Möttlingen had geopenbaard en zei: „Ik zal je wel spoedig volgen".

Toen hief hij den vinger op en zei: „Je hebt nog een langen weg voor je, zoo eentje als jij bent !"

Sluiten