Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mer, alles tegelijk). Ik stond bij de tafel en wachtte tot mijn vrouw het dek opsloeg en dacht na over wat ik ervaren had. Opeens was ik er niet meer ; ik werd bliksemsnel opgenomen in de heerlijkheid. (Of het in het lichaam geschied is, of buiten het lichaam weet ik niet).

Ik werd in een groote zaal gebracht, waar veel heiligen op koninklijke zetels zaten. Het was een onafzienbare schare in sneeuwwitte kleederen met breede opslagen. Maar er waren nog veel zetels leeg. — De Heer stond een eindje van mij af. Dat was een zaligheid en een liefde ! Het was mij onbeschrijfelijk goed en ik werd geheel doorstroomd van de liefde van God. De Heer droeg een kleed, dat met bloed besprengd was en lachte mij zoo vriendelijk toe, alsof ik mijn leven lang nog nooit had gezondigd. Ën zoo vriendelijk bood Hij mij een zetel aan, terwijl Hij zich wat boog en de armen uitbreidde : „Deze plaats heb ik voor u bereid. Hier heeft de duivel geen recht meer".

Opeens stond ik weer bij mijn tafel ; mijn vrouw had niets van dit alles gemerkt.

De Heer wist wel, dat ik deze versterking van mijn geloof noodig had.

Want den volgenden morgen stond er een gendarme voor mijn deur om mij in verhoor te nemen over mijn werk.

Ik moest voor het kantongerecht in Calw verschijnen. Maar alle bemoeiingen van de duisternis konden het werk des Heeren niet tegenhouden. Ik werd integendeel nog dikwijls buiten de plaats geroepen om bijeenkomsten te houden. Zoo kwam ik ook op een plaats E. in de buurt van Pforzheim. Toen ik daar weer eens heenging, zeide men : „De heele plaats is in oproer ter wille van jou".

„Is dat dan altijd zoo ?" vroeg ik.

„Neen, niet als er andere Evangelisten komen, alleen als jij er bent".

De broeders daar wilden de gymnastiekzaal voor mij huren om de bijeenkomst te houden ; maar toen hebben enkelen gezegd : „Als Stanger in de gym-

Sluiten