Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misschien ook nog binnen wilde komen. Heel grof antwoordde ze : „Neen, bij jou kom ik niet !"

Een ander ging bij de trap staan en zei: „Daar komt hij I"

Dat hoorde ik, ging naar voren en riep vol moed met een donderende stem naar beneden : „Hoe zit het ? Willen jullie komen of niet ?"

Zij riepen : „Neen, bij jou komen we niet !"

Toen ik de trap afging, stonden er zes mannen, drie rechts en drie links, als in een ban ; geen van hen kon een lid verroeren. Ik ging midden tusschen hen door. Toen ik beneden was, riep ik : „Goeden nacht, slaap wel!"

„Ja, u ook", was hun antwoord. Ze moesten blijven staan, tot ik het huis uit was.

De broeders waren heel bezorgd over mij geweest en den volgenden dag zei een van de broeders tegen mij : „Zoo iets hebben wij nog nooit beleefd !"

Toen ik weer thuis was, zonden de sociaal-democraten mij een krant, waarin stond : „Stanger heeft de sociaal-democraten hard aangepakt, maar' wij zullen er niet over twisten of dat Friederle van Möttlingen niet van God gezonden is".

Ik heb er vroeger wel eens over nagedacht, waarom de Joden den Heiland niet van den heuvel konden afwerpen, en heb den Heer gevraagd: „Hoe zit dat toch ? Gij gingt midden tusschen hen door en niemand kon u aanraken ?"

Ik heb daar toen geen antwoord op gekregen. Nu heb ik het zelf ervaren.

Wat gebeurde er daarna ? Die mij vijandig gezind waren, zeiden tegen degenen, die een ander leven begonnen waren : „Wij dachten, dat het alles boerebedrog was bij Stanger ; maar nu zien we, dat jullie een heel ander leven leidt. Nu willen we ook met jullie naar de bijeenkomst gaan".

Op deze wijze werd het steeds meer bekend, dat de Heer mij had uitverkoren, zoodat een Möttlinger boer zei : „Heuvel op, heuvel af hoor je over niets anders dan over Stanger".

Sluiten