Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kirig van de uitdrukkelijke woorden der Heilige Schrift, v/ Tegen het bestel Gods hebben we ons niet te verheffen. Want wie zijt gij, o mensch, Hie tegen God antwoordt ? Zal ook het maaksel zeggen tot dengene, die het gemaakt heeft: Waarom hebt gij mij zoo gemaakt ? Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken het eene een vat ter eere en het andere ter oneere? (48).

Wie mag belijden, dat hij door Gods genade alleen m Christus de zaligheid heeft gevonden en op grond van *|het Evangelie zich het voorwerp mag weten van Gods eeuwige verkiezing, kan niet anders dan evenzeer aan Gods vrijmacht ook toeschrijven het feit, dat anderen /tot het geloof in Christus niet komen. Wordt voor honderd menschen het Evangelie gepredikt, en zijn er tien /6l twintig of dertig, die het geloovig aannemen, dan is \ dit eenig en alleen te danken aan Gods werk, Die de narten heeft geopend (49), een werk, van eeuwigheid Hem bekend (50). Maar dat de anderen het Evangelie ./niet aannemen, kan dan ook daaraan alleen worden toeX geschreven, dat hun hart niet is geopend, dat God hen voorbijgaat, niet omdat zij van zichzelf slechter zouden / zijn dan de eersten, want er is niets, dat dezen onder' scheidt boven de anderen, maar omdat Hij hun het hart niet wil openen ; en ook dit niet-willen is Hem van eeuwigheid bekend en een zaak van Zijn Goddelijke

Sluiten