Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Liefde is een vrucht, maar ook een weg, 1 Cor. 12 : 31. En, de weg is Jezus, die ons het beeld des Vaders toonde. Willen wij Jezus bezitten, dan moet de liefde des Vaders ons trekken, tot de Zoon, langs de weg van het kruis. De eerste liefde die in ons komt, is de liefde der verlossing, deze doet ons van ons zelf niets zijn. Alles door genade ontvangende, verslagen in dankbaarheid en doet ons beminnen, omdat wij eerst zijn bemind.

Als de verlossing zijn verkwikking verliest, doordat men zich bezighoud met verschillende leerstellingen, vragen en dwaalbegrippen, dan daalt de liefde tot het peil van Efeze, ja beneden dezelve. Men spreekt nog wel van verlossing, en dankt de Heer ook nog wel, maar als het amen is uitgesproken, verdiept men zich al weer in heel iets anders als het geen waarvoor men dankte. De verkwikkende verlossings dankbaarheid, moet in ons leven nooit zijn groote dankbaarheid verliezen.

Daarom was het onderwerp van Paulus ook altijd weer:

„Jezus, Christus en dien gekruisigd".

De vier dieren en de vier-en-twintig ouderlingen uit Openb. 5 : 8-9 hadden niets van die verkwikkende-dankbaarheid verloren.

Dit moet persoonlijk zoo bij ons zijn, zoo zal het ook gemeenschappelijk zijn en het zal in ons werken, een volmaakte liefde.

Men kent in onze dagen niet meer de volmaakte liefde en gelooft zelfs, dat men dit hier nooit bereikt. Het is omdat de dankbaarheid niet overvloeiende is; de leer van halfheid en ten deele, duizend keer zondigen per dag is zulk een gewoonte geworden, dat men schrikt, als men het woord, „Heilig" of „volmaakt", noemt.

Wanneer men spreekt van Heiligen, meent men, dat men het over een persoon uit het verleden, Profeet of Apostel heeft, wijl de Apostelen aan de Gemeenten schreven „Gemeente der Heiligen".

Hoe zal men in zulk een verwarring ook volkomen Heilig en onberispelijk zijn, wijl alles verzonken is in de leer der Nicolaieten. Velen hebben nog wel een persoonlijke eerste liefde genoten, maar gemeenschappelijk nooit gesmaakt

Ook heeft men het persoonlijk verloren en men denkt niet eens meer aan het ernstig vermanend woord: „Dit heb ik tegen U, dat gij de eerste liefde hebt verlaten, bekeert U!"

Sluiten