Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf en onbetwistbaar leidt het tot de gevolgtrekking „dat Koot Hoemi en Morya verzonnen personages zijn."

Annie Besant — bl. 75 — verwijst naar een Duitschen expert die de Engelsche deskundigen tegensprak. Hodgson heeft echter duidelijk aangetoond dat diens getuigenis geen waarde heeft, omdat men hem in de voorgelegde proeven had bedrogen (IX. 281 en XXIV. 148).

Ziehier nog een staaltje hoe Mevr. Besant te werk gaat in hare verdediging van Mevr. Blavatsky. De lezers zullen zich den Heer A. O. Hune nog wel herinneren uit het fraaie „verschijnsel" met de brocne.

Op bladz. 54 van baar boek „H. P. Blavatsky en de Meesters" haalt A. Besant een brief aan, door Hume in September aan de Statesman geschreven, naar aanleiding van de openbaarmaking der Coulomb-brieven. De Heer Hume verteit daar het publiek niet ie voorbarig de echtheid der brieven aan te nemen. „Mevr. Blavatsky is niet gek", zegt hij, om zich zoo aan een andere vrouw over te leveren, ot indien ze in een dwaze bui al zulke brieven had gescbreven, dan met die vrouw te breken. En hij eindigt zijn brief aldus:

„Gedeelten der brieven kunnen echt genoeg zijn

.... maar geloof mij, Mevr. Blavatsky is een veel te slimme vrouw om ooit aan iemand iets te schrijven, dat het bewijs van bedrog tegen haar zou leveren." Nu heeft ook Hodgson in zijn Rapport IX, 274 dit schrijven van Hume vermeld, maar hij voegt daar het volgende aan toe, wat Annie Besant, toen ze 22 jaren daarna haar boek schreef, verzwijgt :

„Eenigen tijd daarna en deels ten gevolge der bewijzen die ik hem kon voorleggen, kwam Hume tot de overtuiging, dat de brieven in kwestie werkelijk geschreven zijn door Mevr. Blavatsky." Het bedrog met ae Shrine, vertelt Hodgson dan vetder, had Hume altijd vermoed evenals de volsirekte onbetrouwbaarheid van Damodar, en nog een paar bedienden, Babadsji en Raboela.

Ook Emmette Coleman deelt mede dat volgens onthullingen van Babadsji, deze, door Damodar en Mevr. Blavatsky beïnvloed, genoodzaakt was alles wat zij hem voorhielden, te getuigen: b. v. dat hij de Mahatmas had gezien, alhoewel hij Mevr.

Sluiten