Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontknooping van het Adyarsche drama, en deze komt, evenals het einde van den oorlog, onverwacht, plotseling .... albeslissend.

De weerbarstige getuigen waren namelijk na de voortdurende seherpzinnige kruisverhooren van den niets en niemand sparenden vertegenwoordiger der V. Z. O. murw geworden.

Wij zullen die finale mededeelen in de eigen woorden van Hodgson. (XXIV, 134)

„Het was op den avond van den 13den Maart bij een beraadslaging tusschen Dr. Hartmann, den Heer en Mevrouw Cooper — Oakley, Mijnheer Hume en ondergeteekende, dat Dr. Hattmann ten slotte bekende, dat „niemand die v . . . Kast (that d — Shrine) mocht aanraken," en daarop vertelde hij wat er was voorgevallen bij de ontdekking van het verschuifbaar paneel en de daaropvolgende verbranding van de Shrine zelf, zooals reeds in mijn Rapport op bl. 225 is medegedeeld. (') Ik had te voren reeds van Mijnheer Ezekiel, te Bombay, gehoord, dat hij ontdekt had buiten de Adyarsche theosofen om, dat er vroeger een gat in de muur achter de Shrine was geweest, maar dat men het zorgvuldig dicht had gemaakt. Daarop gaf Dr. Hartmann óók toe, dat er reeds vroeger sporen waren gevonden van het gat, maar men had zulks geheim gehouden. Op den volgenden morgen stelde de Heer Hume eenige punten op, die bij wijze van moties zouden aangeboden worden op een bijeenkomst denzelfden avond bij hem aan huis, van de Oakleys, Hartmann, Ragoonath Row en nóg een paar Hindoes. In die moties werd aangenomen dat de meeste „verschijnselen", verbonden met de Theosophische Vereeniging, bedrog inhielden, zooals blijkt uit de geverifieerde verklaringen der Coulombs en mijn daarvan onafhankelijk onderzoek; dat de Vereeniging opnieuw zou worden samengesteld, dat Mevr. Blavatsky, Olcott, Damodar, Babajee en Bhavani, Shankar ontslag zouden nemen, dat de brieven in kwestie echt zijn en dat Hartmann's brochure (September) (2) zoowel als de latere

(') Zie op bladz. 53 de verklaring van Dr. Hartmann, (2) Zie bladz. 50.

Sluiten