Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij kent zijn savoir vivre niet, ') dat zal ik hem zeggen. Ik zei het immers lachende ? Als hij zoo kwalijk nemend is, moet hij 't zelf weten."

Bij een volgende ontmoeting op het pad om het bekende driehoekje loopt Karei nog steeds als een vleugelman naast zijn vrouwelijke soldaten. Een minachtend lachje zweeft om zijn mond, terwijl hij zijn schoolvriend aanziet, welk lachje deze schamper lachend beantwoordt.

Zie daar die heeren eens zitten met den rug naar de mooie fontein, die zij niet eens een blik waardig keuren. Bedaard2) staren zij voor zich uit en monsteren de voorbijkomenden. Aan hun geoefend oog ontsnapt geen enkel lief vrouwengezichtje.

X X X X X X X X X X X X X X X XXX

X X X

„Zeg Charles, ben jij het?"

„Wie is u? — Ik heb de eer niet u te kennen? Neem mij niet kwalijk, ik zie slecht!"

„U is toch Charles Colmans ?" „Ja, die ben ik!"

„U was in 8 — leerling op 't Gymnasium te Batavia?" „Ja, dezelfde!"

„Drommels, ken je mij dan niet meer ? Raad eens wie ik ben ?"

„Ja," was *t lachend antwoord, „dat is moeilijk te zeggen. Het is meer dan tien jaar geleden en in zulk een tijdruimte kan een mensch veel veranderd zijn. Dien zwaren knevel had je toen niet. Ik begrijp wel dat je een medeleerling moet geweest zijn, maar wie, dat is moeilijk te zeggen. Er waren er zooveel.

,, Sta vermans ! Ken je Stavermans niet meer?

„Sakkerloot! Stavermans . . . jij . . . die eeuwige grappenmaker ? Kerel, wat ben je veranderd!"

') Weet niet hoe 't hoort,

2) Enkelen met oogen vol overspel wellicht.

Sluiten