Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tevens onstoffelijke banden houden aarde aan zon, maan aan aarde vast. En wat een kracht, hoeveel stalen kettingen zouden er niet voor noodig zijn? . . Je ziet een steen vallen en je zegt dat 't van de zwaartekracht komt. Je zou net zoo goed kunnen zeggen: een steen valt omdat hij valt. Veel dommer gezegde is *t niet. Wat is de mensch? Een ezel!" „Ja, jij, maar ik niet!'

„Ach, kom, praatjes! Maar laat ons nu wat wandelen, wij hebben al een half uur zitten praten." „Hoe laat is 't?" „Kwart over zeven!"

„Maar wij hebben de brendi-soda nog niet betaald.'' „Zeker dat heb ik al dadelijk gedaan toen de jongen ingeschonken had!" „En die glazen?''

„Maak je niet ongerust. Zij zullen die wel komen halen."

„Kom dan! Ik heb zooeven vele mooie dameskopjes gezien. Het is een heele traktatie voor iemand, die jaren lang in de bergen zit een Zondagavond hier door te brengen. Het is de eerste maal dat ik zoo'n muziekavond bijwoon. Ik ben wel meer beneden geweest, maar ik heb nooit die gelegenheid gehad."

„Kijk ! Zie je die jongens aan weerszijden van je ? Heele rijen."

„Dat zijn leerlingen van de Hoogere Burgerschool. Hoor ze de meisjes toeroepen! Vandaar dat die liever niet hierlangs gaan."

„Zoo zijn wij ook geweest. Maar denk niet dat de meisjes *t niet prettig vinden. Anders zouden ze wel wegblijven."

„Zeg dat niet. Het is verbazend druk vanavond. Zij moeten hier wel langs."

„Ja, kijk wat een drom, wij kunnen haast niet voort!"

„Het bestuur moest voor wegwijzers zorgen, zoodat je slechts bepaalde richtingen op kunt gaan en niet tegen elkaar inloopt."

„Dat is zoo kwaad niet gedacht, vele makke schaapjes gaan in een hok."

„Maar dan heb je 't nadeel, dat je de menschen steeds op den rug ziet."

„Als 't je te doen is om de menschen van voren te zien, dan kan je ergens gaan zitten. Je ziet ze dan allen passeeren."

Sluiten